Feeds:
Posts
Comments

Posts Tagged ‘sociale spionage’

ByeBye_Lubach_Facebook

LET’S FACE IT LUBACH OVERSPEELT ZIJN HAND met de actie BYE BYE FACEBOOK immers ‘het medium’ is – anders dan McLuhan ooit riep – niet THE MESSAGE. Het medium (Facebook in dit geval) is de boodschapper. Je kunt die afschieten, maar dan schiet je het het doel van tegen manipulatie en spionage zijn ver voorbij.

{ TOEVOEGING Zo begrijp ik uit verschillende artikelen in de pers dat Lubach op 11/4/2018 een gat van 140.000 (volgers) in eigen voet schoot… ik ontleen dat getal aan een artikel van Volkskrant journalist Menno van Dongen, die daarin de hoofdredacteur televisie van de VPRO citeert: “Zelf heeft Van Engelen woensdag zijn pagina opgeheven. ‘Ik denk niet dat ik Facebook ga missen, het boeide me steeds minder. Wat ik veel moeilijker zou vinden is stoppen met Twitter.'” Bron: https://s.vk.nl/s-a4592072/ …waarbij ik mij afvraag wie dan de Facebook vrienden van deze media-manager waren. Of wist hij zelf niets eigens in te brengen en kreeg hij daarmee & daardoor ook niets “boeiends” terug? “The medium is NOT the message” zeg ik al vele jaren, omdat het betoog van Marshall MacLuhan “Understanding Media: The Extensions of Man” (1964) vaak onvoldoende begrepen wordt. Het moge zo zijn dat het karakter van een medium (krant, radio, televisie) bijzondere kenmerken heeft, maar die kenmerken zijn veranderlijk door de tijd, zeker ook met de komst van ieder nieuw massa-medium en dat karakter op zich mag dan wel de boodschap die doorgegeven wordt kleuren, het is niet zo dat er slechts één boodschap is die van het medium zelf. MacLuhan zijn stelling was vooral een por in de academische onderzoekbuiken… ‘leer het belang van de vorm van het medium dat je onderzoekt tot onderdeel van je studie te maken’. Zo gaat het op Facebook dikwijls, maar niet altijd over: – poezenfoto’s;  – kijk eens ik ben op reis en wel hier; en delen van grappige zaken die je niet zelf gemaakt hebt… het ligt aan de gebruiker en haar/zijn kringen wat er aan ‘message’ geboden en uitgewisseld wordt. }

Alles wat Lubach afgelopen zondag opsomde als zijnde kenmerkend voor Facebook, zijn algemene kenmerken van heel de communicatie op/over het internet: het protocol waarop het allemaal draait TCP/IP (Transmission Control Protocol + Internet Protocol) is gebaseerd op het nummeren, codificeren en bijhouden van alle berichten die er verstuurd, ontvangen, gezien, becommentarieerd, beoordeeld en wat al niet meer worden. Alle computers en onderdelen daarvan hebben daartoe eigen/aparte unieke adressen: MAC-adres voor apparatuur & onderdelen (Migration Authorisation Code) en een IP-adres voor contactpunten met het internet (ja dat is traceerbaar tot je provider en als het moet tot op je kamer en welke computer). Dit verkeer wordt verzorgt door een oneindig aantal computers die werken op basis van gesynchroniseerde codes en protocollen. Niets van al dat dataverkeer kan verborgen blijven voor hen die toegang hebben, krijgen of zichzelf verschaffen tot dit stelsel van oneindig vertakte gekoppelde apparaten.

Wat Facebook deed en wat met Facebook gedaan werd door anderen, afgezien hoe dat nu precies inelkaar steekt, is op geen enkele wijze exclusief voor dit bedrijf. Dat te denken is dom & naief, dat suggereren via een publiek medium en een actie is journalistiek gesproken malafide.

 

Door het geheel van de geschiedenis is ieder communicatie-medium dat de mens bedacht, gemaakt en verder ontwikkeld heeft, ook voorwerp geweest van ander gebruik dan dat wat de bedoeling ervan was of leek. Dit van het onderscheppen van boodschappen en boodschappers tot het geheim maken van boodschappen middels allerlei ingenieuze vindingen en codificaties, die op hun beurt weer voorwerp van de-codificatie, ontrafeling, werden.

Sociale registratie en spionage is in weze de grondslag van onze samenleving, van levenslang invullen van formulieren, opiniepeilingen, kaartenbakken, registers, databases. Een nooit aflatend proces van registratie ter vervolmaking van controle.

Facebook is slechts één van de vele moderne vormen hiervan. Wat te denken van het telefoonverkeer in een landschap bezaaid met tappunten. Wat te denken van de bonuskaart bij Albert Heijn, de OV-chipkaart, de giropas, het contactloos betalen, de radio-frequentie-transponders in onze voertuigen, zelfs in de verpakking van yoghurt bekers die signalen afgeven die weer door al die duizenden radio-poortjes opgevangen en verwerkt worden, poortjes die we dagelijks doorkruizen? Wat te denken van bewakingscamera’s alom, CTV en andere loerende digitale ogen, die ons volgen van hoek tot hoek, van ingang tot uitgang… de digitale bus- en tram conducteurs in camera-vorm die ons constant filmen en automatisch herkennen en vergelijken met een wangedrag tabel, terwijl wij ons verplaatsen? De camera’s op ons werk, de toetsaanslagtellers verborgen in de sofware die onze productiviteit meten op de werkplek.

Een volledige opsomming van registratie met als doel controle en beïnvloeding zou een marathon-uitzending van Lubach nodig maken die op zijn minst een hele week dient te duren en niet enkel een half uurtje op de zondag, met enkel één casus, die van Facebook.

Als je echt niet bespioneerd wilt worden, dan moet je op de eerste plaats heel dat internet en al wat ermee verbonden is NIET gebruiken, dan moet je ook niet pinnen, niet in het openbaar vervoer gaan, ja wat al niet niet niet.

Kijk als Lubach daatoe had opgeroepen dan was hij even dwaas als geloofwaardig geweest. Enkel een slecht inelkaar geknutselde Facebook-opzegactie is een lachterje.. voordat je het weet comuniceren we me Peesboek of wat er maar voor Facebook in de plaats gaat komen.

Communicatie-media zijn niet enkel manipulerend en onderdrukkend, wij kunnen voor een flink deel zelf bepalen hoe en wanneer en waarom wij ze gebruiken. Verstuurden vroeger mensen maar geen brieven omdat er censors met stoomapparaten en brievenopeners in het traject tussen hier en daar zaten? Telefoneren wij maar niet omdat we afgeluisterd kunnen worden?

En… wat betreft manipulatie, waren onze kranten niet altijd al vergeven van advertenties, onze straten met licht- en wat voor andere reclames dan ook… is die industrie van ‘verborgen verleiders’ (waarover eind vijftiger jaren al schande gesproken werd door Vance Packard in zijn boek “Verborgen verleiders”[*]) niet al meer dan een halve eeuw met ons, zijn wij niet vrouws, mans en kinds genoeg om daar mee te leren omgaan? Kunnen wij een medium niet naar onze hand leren zetten, gebruiken op een andere manier als bedacht is door de industrie die ze verzon?

Hoe effectief zijn trouwens die beïnvloedingscampagnes, hoe doorzichtig die holle leuzes en valse beloftes van advertenties, met bekerinsgdrang, met partijpolitieke werving, overheidsvoorlichters, commercieel getinte activiteiten van welk soort dan ook? Hoe vatbaar zijn we daarvoor?

Ik zeg BYE BYE LUBACH ga weg van het internet, verdwijn uit de ether… neem een sabatical… en kom weer terug fris en met beter inzicht en een ander tv-formaat -wel zonder dat publiek dat ingeblikt applaus levert & zonder dat decor – in een geheel nieuwe vorm… want er is talent bij die man, zij het niet genoeg voor wekelijkse afleveringen… dat leidt tot afgeraffelde ideetjes en acties zoals die van BYE BYE FACEBOOK

TOT ZIENS… TOT ZIENS… herboren LUBACH

 


[*] I heb hier een paar citaten gekozen uit een academisch artikel in ‘The Journal of advertising’, maart 2913 van Michelle R. Nelson, waarin ze in het 50ste jubileum jaar van het boek van Vance Packard, “Verborgen verleiders” (Hidden persuaders) analyseert hoe zijn spraakmakend boek destijds niet enkel bewonderd werd om de kritiek op nieuwe reclame methoden, maar ook door wetenschappers bekritiseerd werd. Ook hoe elementen van zijn kritiek, zoals die van de subliminal perception (verborgen verleiders) die zouden inspelen op het onderbewuste, destijds niet echt begrepen en toegepast werden, maar nu met onze nieuwe media technieken en inzichten in de werking van de menselijke geest en zijn handelen, alsnog relevant zijn. Het is een echte academische tekst bezaaid met verwijzingen naar andere onderzoekers, maar door met de ogen te knipperen kom je er wel door heen en komt er – hoop ik – toch wat van het gezegde over.

Van-Packard_Hidden-persuaders_1953-1958

Fotobijschrift: “Vance Packard (sitting) at book signing for The Hidden Persuaders, State College, PA, April 19, 1958.” De eerste Amerikaanse editie dateert van 1957. In 1958 kwam de Nederlandse vertaling uit. De aanprijzing van de uitgever bij de eerste editie verraadt een echte copywriter met gevoel voor drama: “A PENETRATING LIGHT INTO THE MURKY WORLD OF THE MOTIVATIONAL RESEARCHERS. IT TELLS HOW THESES SHOCK TROOPS OF THE ADVERTISING WORLD ARE SUBTLY CHARTING YOUR INNER THOUGHTS, FEARS AND DREAMS SO THAT THEY CAN INFLUENCE YOUR DAILY LIVING. WRITTEN WITH HUMOR AND IN NONTECHNICAL STYLE, THE HIDDEN PERSUADERS WEIGHS THE SUCCESSES AND FAILURES OF THEIR PERSUASION WHERE THEY ARE AIMING TO TAKE YOU AND HOW!” Let op de overeenkomst met de sensationele berichtgeving over de Facebook-praktijken anno 2018.

THE HIDDEN PERSUADERS Then and Now Michelle R. Nelson
ABSTRACT: It has been 50 years since Vance Packard wrote about psychoanalytical techniques employed by the advertising industry in The Hidden Persuaders. This book, published in the post–World War II consumer boom, exposed a mass audience to motivational research at a time when advertisers used new techniques and a new medium. Yet The Hidden Persuaders was highly criticized and became a scapegoat for purportedly promoting subliminal techniques (onbewust ontvangen advertentie-beelden door deze razendsnel – met enkele frames – te vertonen binnen een gangbare filmvertoning tj.] . Nonetheless, the book helped shape public opinion, advertising regulation, and advertising research and practice. This paper provides a historical approach to Packard’s contribution and ideas in the context of recent theoretical insights into psychological processing and new persuasion practices.
“Packard observed this trend when “corporate leaders had shifted ‘from being maker-minded to market-minded’” (Horowitz 1994, p. 106) and wrote about it. He was not the only one. The Hidden Persuaders has been lumped with other popular culture works (e.g., fiction: The Hucksters, The Lonely Crowd, The Organization Man) and academic critiques (e.g., The Affluent Society) of advertising and consumer culture writ- ten during this era. The moral tone and ambivalence toward consumer culture reflected in these books resonated with the public. This was the first sustained assault on advertising since the 1930s. In particular, people were fascinated and fearful of the power of advertising as they found themselves targets of new advertising techniques in a wider variety of media. Television rapidly introduced moving-picture emotional advertising and used commercial forms developed in radio, such as the sponsorship of entire programs. Whereas only 9% of American households owned a television in 1950, almost 80% of house- holds owned a television by the time The Hidden Persuaders was published (Sterling and Haight 1978). Packard’s readers could see and hear the persuaders in their own living rooms.” [Ibid.; p. 114.]

“Rather than focusing on techniques for the creation of embedded messages in advertisements, the book mostly concentrated on research, especially the work of motivational researchers such as Ernest Dichter, president of the Institute for Motivational Research, and Louis Cheskin of the Color Research Institute of America. These men brought psycho- analytical techniques to the study of underlying consumer motives. Dichter in particular was considered the “Father of Motivational Research” (Stern 2004) and one of the founding fathers of advertising research (Bartos 1977). Although Dich- ter eventually published his own books (e.g., 1960, 1964), it was Packard who successfully brought these ideas to a mass audience. Through conversations with these men and other advertising professionals and exemplar case studies, Packard exposed the use of depth interview techniques. The goal was to get consumers “musing absentmindedly about all the ‘pleasures, joys, enthusiasms, agonies, nightmares, deceptions, apprehensions the product recalls to them’” (Smith quote, in Packard 1957, p. 31). With such insight, the creatives could produce more effective advertising.” [Ibid.; p. 115.]

“A market power view suggests that advertising emerged as a way for producers to avoid price competition by “differ- entiating” products—to make consumers less price-sensitive and more brand loyal (Norris 1984). Certainly, branding has taken on a whole new meaning since Packard’s time. In addition to communicating functional attributes such as quality, brands convey an emotion, an experience, and a lifestyle (Klein 2000). Today, observations of market power are observed with reference to Starbucks, a leading global brand: “Nobody buys a 40-cent cup of coffee for $4 unless they’re buying a brand” (Levine 2004, p. E3).” [Ibid.; p. 119.]

“The final chapter, “The Question of Morality,” discusses im- plications of persuasion practices for society beyond selling consumer products and suggests a reexamination of advertising ethics. On the societal level, Packard asked, “What does it mean for the national morality to have so many powerfully influential people taking a manipulative attitude toward our society?” (1957, p. 219). In particular, Packard, like his contemporaries (e.g., Haiman 1960), was concerned when hidden persuaders were used in politics. Specifically, Packard warned that a threat to democracy could occur when public officers appealed to the irrational, emphasized image and personality, and treated public issues like items in a supermarket (Horowitz 1994). Similar contemporary critiques about the marketing of politics and the branding of issues have been made in re- cent years (Goodman and Rushkoff 2003; Newman 1999). In addition, neuroscience has entered into politics with the use of MRI technology to peer into partisan brains (Tierney 2004). Indeed, the question posed by Packard appears even more relevant today, as Washington Post columnist Robert L. Samuelson asked of the state of modern democracy, “Did the result reflect what voters wanted—or the cleverest marketing campaign?” (2004, p. A17).” [Ibid.; p. 121.]

De volledige publicatie vond ik op Researchgate: https://www.researchgate.net/publication/261641698_The_Hidden_Persuaders_Then_and_Now

Read Full Post »