Feeds:
Posts
Comments

Archive for the ‘obituaries’ Category

Evelien-Gans_1951-2018
EVELIEN GANS overleden op donderdag 19 juli, “een depressie” schrijft het NRC zonder verdere uitleg, de rest is aan ons om te gissen… (*)
Ken haar uit de midden zeventiger jaren, ze was een kraakster actief in de Amsterdamse Oosterparkbuurt en radicale acties waren haar niet vreemd. Herinner me – al te vaag – debatten in krakerskringen met haar over de mate van ‘compromisloos handelen’…
Dat alles kwam tot bedaren met de jaren, wel bleef dat krakers breekijzer in overdrachtelijke zin in haar wetenschappelijk werk terugkomen, nu als publiciste en onderzoekster. Herinner mij hoe zij in het debat rondom de moord op Theo van Gogh en het het antisemitisme element daarin een stellingname had die mij beviel (**)…
Nog maar kortgeleden kocht ik het eerste deel van haar dubbel biografie van Jaap en Ischa Meijer… Moet bekennen dat ik het forse boek nog niet geheel uitgelezen heb, maar wat ik las heb ik zorgvuldig gelezen en mij beviel de fijnheid van de documentatie die ten grondslag ligt aan haar historisch betoog… nee niet een boek om ‘in een ruk uit te lezen’, in tegendeel proevend lezen en voortdurend doorbladerend naar het notenapparaat. Jaap Meijer is mij al heel lang dierbaar en haar onderzoek geeft meer dan een ‘enkelvoudige waarheid’ over wat hem overkwam en hoe hij handelde… zo hoort geschiedenis te zijn.
Nu moeten we het doen met wat zij aan geschriften heeft nagelaten. Haar gedrukte meningen kunnen we nalezen, maar er komen geen verrassingen meer bij, geproduceerd met haar werktuigen: breekijzer en pen.
~
(*) Het NIOD publiceerde een in memoriam van Frank van Vree, waar te lezen staat dat Eveline zelf een einde aan haar leven gemaakt heeft: “Het bericht, dat zij haar leven heeft beëindigd, komt dan ook hard aan. Ze was nog zo veel van plan, we hadden haar nog zo nodig, ook al was ze sinds anderhalf jaar officieel pensionada.”
https://www.niod.nl/nl/nieuws/een-geengageerde-wetenschapper-in-memoriam-evelien-gans

(**) Een citaat uit het hoofdtsuk ‘Theo van Gogh als fenomeen’ in het haar boek ‘Gojse nijd & joods narcisme – Over de verhouding tussen joden en niet-joden in Nederland’ (1994):
“Theo van Gogh en de redactie van Propria Cures antisemieten? Dat is uiterst aanvechtbaar: hun agressie richt zich immers niet tegen joden in het algemeen, noch roepen zij op tot een al dan niet georganiseerde jodenhaat. Maar onmiskenbaar is dat zij op het randje balanceren – daarvan getuigen ook de steeds wisselende uitspraken van de rechterlijke macht. Als trendy schenders van het taboe flirten ze met het antisemitisme – met name in hun gebruikmaking van stereotypen – en het doelbewust kwetsen lijkt tot levenshouding versteend.
Het blijft intrigerend waarom Theo van Gogh zo populair is en zijn ster nog steeds rijzende, terwijl in zijn schrifturen iedere week dezelfde vijanden en vrienden figureren, dezelfde metaforen en scheldwoorden worden gebruikt, op dezelfde hitsige toon gezongen: Van Gogh is als een statisch personage in zijn eigen film. Het is echter duidelijk – het werd al eerder gesteld – dat hij in een behoefte voorziet. En zoals het een rebel without a cause betaamt, wordt hij geïmiteerd: in zowel Propria Cures en Nait Soez’n als in het obscure Groningse blaadje Reactie (waarin de hoofdredacteur Bart Croughs joodse schrijvers er ondermeer van betichtte naarstig op zoek te gaan naar ‘hun eigen holocaust’) is de invloed van Van Gogh herkenbaar.”
De hele tekst is publieklijk beschikbaar op dbnl
https://www.dbnl.org/tekst/gans007gojs01_01/gans007gojs01_01_0005.php
~
NB haar portretfoto die ik uitknipte is gemaakt door Ernst Coppejans voor een speciaal nummer van Vrij Nederland (digitaal) [ https://www.vn.nl/evelien-gans-in-memoriam/ ]; de boekenkast is een foto van de website van het NIOD waarbij haar naam voorkomt.

Read Full Post »

Illustration of the “Erlkönig” by Ernst Barlach (1870-1938); artist signed photograph of Fischer-Dieskau dating from the early fifties; radio is a Philips BX360A produced in period 1946-1947 as we had in our living room, also called “zingende plank” (singing board (slice of timber) as the front was made of recycled wood covered with woven textile. Click picture for full view…

Dietrich Fischer-Dieskau (1925-2012) (*) died today… and in my head I hear his Schubert version of Goethe’s ‘Erlkönig’ (Elf-king) as I heard it often as a boy on the radio:

 “Mein Vater, mein Vater, und hörest du nicht,

Was Erlenkönig mir leise verspricht?” –

“Sei ruhig, bleibe ruhig, mein Kind;

In dürren Blättern säuselt der Wind.”

(“My father, my father, and don’t you hear

What the Elfking quietly promises me?”

“Be calm, stay calm, my child;

The wind is rustling through withered leaves.”)

In the end the father racing with his horse through the darks woods, notices that his son – who was ill and hallucinating seeing beings his father did not see -has died in his arms…

 Dem Vater grauset’s, er reitet geschwind,

Er hält in Armen das ächzende Kind,

Erreicht den Hof mit Müh’ und Not;

In seinen Armen das Kind war tot.

(It horrifies the father; he swiftly rides on,

He holds the moaning child in his arms,

Reaches the farm with trouble and hardship;

In his arms, the child was dead.)

The word “tot” that ends the song, hardly been pronounced by the mouth of Fischer-Dieskau, is dramatically cut off by his lips in a split of a second.

I am listening now to the song again, but not on the radio but on the music streaming service of ‘spotify’ (**) and so  we will keep hearing Fischer-Dieskau’s voice through the never “withering leaves” of our digital age.

—–
(*) And.. yes I know Dietrich Fischer-Dieskau had to join the Hitler Jugend when he was 10 years old, like all German boys of that time, and yes he did perform during the war in Berlin, his first public concert, which is common knowledge, but better to say in these days, far removed from World War II, in which some people may be more touchy than their parents about an unescapable past. The Guardian has a very nice 2005 interview by Martin Kettle on-line with Fischer-Dieskau from which I quote the war passage here:

Fischer-Dieskau was, is, and will always be a Berliner. He has lived through some of the great city’s best times and most of its worst. This most refined and intelligent of artists began his career in circumstances from hell. In early 1943, aged 17, his first public performance of the greatest of all song-cycles, Schubert’s Winterreise, given in the town hall of the Berlin suburb of Zehlendorf, was interrupted by the RAF.

 “We had a terrible bombing of the city that day,” Fischer-Dieskau recalls, “and the whole audience of 200 people and myself had to go into the cellar for two-and-a-half hours. Then when the raid was over we came back up and resumed.” I ask him whether he can remember where in the cycle he began again. “It was Rückblick [Backward Glance],” he grins. “So we looked back to the part already completed.”

 As a conscript soldier he was captured by the Americans in Italy in 1945 and spent nearly two years as a prisoner-of-war. “I believe it forces you to straighten out your thinking at an earlier age than you would otherwise do,” he says. “You have to survive. You have to stay focused, otherwise you will not live. That was my first thought.”

 It was this German experience of suffering and war that partly led Benjamin Britten to invite Fischer-Dieskau to sing in the historic premiere of his War Requiem in Coventry Cathedral in 1962. Britten’s letter – “with great temerity I am asking you whether you would sing the baritone” – tells us something both about the composer and about the grandeur that Fischer-Dieskau had attained in the musical world by then. But Fischer-Dieskau’s memories of the event are mainly about Britten’s nerves.

(**) this is a paying service for subscribers at a small fee, a different version can be heard and seen on youtube all with the last word ‘tot’  and a last chord by the piano (this version, especially the ending, differs from the recording I listened to on ‘spotify’; each performance by Fischer-Diskau must have differed and his mastery must have laid in his ability of recreating a composition in so many ways).

Read Full Post »