Feeds:
Posts
Comments

Archive for the ‘Amsterdam history’ Category



Kop van Het Parool vandaag: “Amsterdam Museum, zonder Historisch.”

Dat beweer ik nu al weer geruime tijd: “die ‘H’ in de naam van het ‘Amsterdams Historisch Museum’ is een letter en een woord teveel. Een museum dat niet langer in staat is het verleden steeds weer kritisch te hereiken (*), mag zich geen ‘Historisch’ Museum noemen, maar verwordt tot een uitstalkast van oude voorwerpen die als enig doel hebben om genoeg pannenkoeken en prentbriefkaarten te verkopen middels de museumkantine en -winkel, om de ‘oudheidkamers’ tussen Kalverstraat en Nieuwe Zijds draaiende te houden.

Vanaf januari wordt het ‘AHM’ dus kortweg ‘AM’ en dat past perfect in de looproute van ‘de toeristische trekpleisters op het zere verleden’, van Anne Frankhuis en Madame Tussaud, tot Rembrandthuis en een ander museum – dat gezien haar tentoonstellingsbeleid van de afgelopen decennia – wellicht ook het recht op die letter ‘H’ dreigt te verliezen, Het Joods Historisch Museum aan het Jonas Daniel Meijerplein (**).  Als we de trekpleisterroute vervolgen en de brug bij de Weesperstraat oversteken en langs het voormalig ouden van dagen huis het Amstelhof lopen is er nog een museum dat de letter ‘H’ al bij haar openingstentoonstelling heeft moeten inleveren: de ‘Ermitage aan de Amstel’, met haar kritiekloos etaleren van de pronkstukken van het door lijfeigenen rijk geworden geslacht van de  Romanovs met vermijding van het historisch verband tussen het autocratisch tsarisme en het daaruit voortgekomen Sovjetbewind. Niet voor niets was zowel Koningin Beatrix als President Dmitry Medvedev bij de opening (met in het gevolg ook nog de toenmalige CEO van de Koninklijke Shell Jeroen van der Veer die de gelegenheid aangreep om een nieuwe deal over olievelden in Siberië aan te kaarten).

Ook het  bijna doodgeboren ‘Nationaal Historisch Museum’ dat zich  vanaf  januari 2011 – eveneens in Amsterdam – schuil gaat houden in een kerk aan de Sint Anthoniesbreestraat dreigt het zonder ‘H’ te moeten stellen, omdat het bij decreet vastgestelde aantal vensters op de nationale geschiedeniscanon, nauwelijks binnen de eerdere genoemde definitie  van het bijvoeglijke naamwoord ‘historisch’  te vatten is: ‘het verleden steeds weer kritisch hereiken’. ‘Nationaal Museum; is korter en dekt ook beter de door voormalig SP kamerlid Jan Marijnissen geformuleerde taakstelling van het bevorderen van een ‘neo-nationaalbewustzijn’ (***).

Duidt dit jongste gebeuren  op een ware trend van onthistorisering van musea, zeker nu er van regeringswege verklaard is dat musea met onvoldoende bezoekersaantallen niet langer op rijkssteun mogen rekenen? Hebben ‘de succesvolle managers’ het niet al lang overgenomen van ‘de studieuze wetenschappers’ in de directiekamers van onze lokale en nationale erfgoedinstellingen? Een tentoonstellingsbeleid gericht op ‘kassakrakers’ ligt in het verschiet, waarbij de ‘de historie’ zeker overleven zal, zij het uit het zicht, in goed verborgen ‘schuilmusea’.


(*) …zoals met de éénzijdig royalistische Oranjetentoonstelling van scheidend directrice Pauline Kruseman (nu nog Vicevoorzitter Raad van Toezicht Nationaal Historisch Museum);  ‘Theater na Tomaat’ een buitenshuis samengestelde, slordige tentoonstelling, waarbij zelfs het jongste verleden onvoldoende bestudeerd was en onbestaande verbanden als historische feiten gepresenteerd werden (zie een meer feitelijke beschrijving op mijn web site); de viering van “Vier eeuwen vriendschap” tussen Amsterdam en New York met totale verwaarlozing van zowel het weinig succesvolle en ook gewelddadige kortstondige Hollandse bewind aldaar en met een algeheel negeren van de revolutionaire ideeën van de 17e eeuwse Amsterdammer Franciscus van den Enden en zijn utopische visie voor een nieuwe volksplanting op de plek die later New York is gaan heten: “Kort Verhael van Nieuw-Nederlant” (1662). Dit laatste is wel de allergrootste gemiste kans van een museum in jaren, om zo’n hinderlijk ‘zoveel eeuwen’  jubileum niet aan te grijpen om een onderbelicht deel van de geschiedenis onder de aandacht te brengen. [n.b. Wim Klever heeft verschillende teksten van Francsicus van den Enden opnieuw bezorgd en van commentaar voorzien]

(**) …het Joods Historisch Museum ziet het niet als haar taak om de lokaal pijnlijke geschiedenis van de efficiënt georganiseerde deportatie van Joden vanuit Amsterdam pregnant in beeld te brengen (de beruchte Gemeentelijke planningskaart voor het Joodse Ghetto van Amsterdam hangt wonderlijk genoeg verderop in Het Verzetsmuseum). Museumprojecten die jonge generaties Amsterdammers kunnen helpen om een ander inzicht te geven in de geschiedenis van het Jodendom en hun vervolging worden node gemist. Wat steeds ontbreekt bij het vormen van een eigen inzicht is de onaangename geschiedenis van de medewerking – van zowel Nederlandse autoriteiten als vertegenwoordigers van de Amsterdamse Joodse gemeenschap – aan de deportaties. Zo’n  zelfkritische historische benadering is een voorwaarde om een beter debat over het huidige door oppervlakkige argumenten gestuurde anti-semitisme mogelijk te maken.

(***) Jan Marijnissen: “Een volk zonder geschiedenis bestaat niet. Elk volk, ook het Nederlandse volk, heeft dus een geschiedenis. De hedendaagse verwarring over onze morele, culturele en politieke identiteit vindt voor een deel haar verklaring in het ontbreken van historisch besef in brede lagen van de bevolking.” Voor eerder commentaar op het 19e eeuwse idee van een ‘Nationaal Historisch Museum’ aan het begin van de 21e eeuw zie mijn post “Good news: plan for new National Historical Museum of the Netherlands cancelled” op dit blog.

Read Full Post »

Just saw a history television program (VPRO Andere Tijden/Other Times) on the rise of the new type of elderly home in the Netherlands in the seventies of last century and remembered a reportage I wrote for our radical weekly newspaper (Amsterdams Weekblad) must have been 1972 on a sad old man who had been transported to the new pre-graveyard high rise structure, from the inner town to the outskirts of the city…. He was looking from his high rise coffin onto a high road serpentining to a grey horizon… Just checked the municipal archive for a photograph of that particular elderly home (Flevohuis) and found it. The picture illustrates the atmosphere perfectly… the Public Works photographer gave a visual clue by the black frame ribbon that goes with this historical document of Old age Apartheid in the Netherlands; the Welfare Home Lands for the elderly…. freeing young and productive families from the burden of having parents….

'TEHUISLAND FLEVO' (Elderly Home Country) at the border of the city, at the edge of a former cemetery. Fotoarchief van de Gemeentelijke Dienst Volkshuisvesting; eldery home Kramatweg, Indische Buurt (Indian neighbourhood pointing to the old Dutch East Indies) Amsterdam.

Read Full Post »

Amsterdamse raad ‘in geheim’ bijeen” (over de nieuw te benoemen burgermeester) lees ik net in Het Parool, zo gaat dat bij ons in democratisch Nederland en terecht! Een regent die kun je niet kiezen… zulk een benoeming gaat alleen maar als het binnenskamers ‘bekokstoofd’ wordt. Onze democratisch verkozen vertegenwoordigers komen vanavond in het geheim bij elkaar en volvoeren dan een ceremonieel dat niet zou misstaan in de congregatie van geheimzinnig doende  organisaties als de Vrijmetselaars. Coöptatie democratie dus, de kiezer stemt alleen in een stemhokje en de verkozenen gaan vervolgens binnenskamers, om belangrijke beslissingen gaar te stomen voor het daarop volgend ceremonieel van het ‘publieke debat’. Er is een term voor dit bijkans universele verschijnsel: ‘publieke samenzwering’. Wij zijn er aan gewend, wij weten niet beter, wij accepteren bij voorbaat dat het er zo aan toegaat. Onze volksvertegenwoordigers zweren – door ons gemandateerd – samen. Zo is nu eenmaal ‘het politiek bedrijf’. In het geval van een “door de kroon benoemde” burgermeester is er inmiddels een ‘vertrouwensspel’ in zwang gekomen, dat heel ‘publiek’ in het dagblad Het Parool beschreven staat (*). De burgers van deze stad komen er niet aan te pas, hoe kan het ook anders? Welk kind kiest zijn of haar eigen vader of moeder? Wij stadsburgers zijn immers niet anders dan onmondige kinderen?

Gisteren kwam ik bij een onderzoek bij het IISG, teruggravend tot in de zestiger jaren, een pamfletje tegen over hetzelfde Amsterdam in andere tijden waar het ging over het ontberen van ‘demonstratievrijheid’ en op datzelfde pamfletje stond ook de eis voor een “gekozen burgermeester”. Dat was in de tijd dat iedereen nog onverbloemd wist te spreken over ‘regentenmentaliteit’, waar vandaag een waas van overmatige communicatie ons vrijwel blind heeft gemaakt voor de grote mate van continuïteit van het systeem van macht.


De keerzijde van dit pamflet met de ondertekenaars, is interessant, omdat een deel van de genoemde socialistisch georiënteerde organisaties (ANJV, OPSJ gelieerd aan de Communistische Partij; FJG aan de PvdA) waarvan meerdere leden later tot in hoge regionen van diverse politieke partijen gestegen zijn, het in bijna een halve eeuw toch niet voor elkaar hebben kunnen krijgen om dat van de “gekozen burgermeester” ook echt voor elkaar te boksen.


Ik heb hier nog een schets voor een verkiezingsaffiche liggen die laat zien hoe het er in de Regentenstaat der Nederlanden aan toe gaat, een ontwerp dat  jammer genoeg altijd actueel blijft…

=====
(*) Dit is de beschrijving van ‘democratie ten voete uit’ in het Parool van 23 juni 2010 11:23 uur

“AMSTERDAM – Amsterdamse gemeenteraadsleden hebben per sms een oproep gekregen om woensdagavond naar de Stopera te komen. Het moest geheim blijven, maar daar vindt om half acht een raadsvergadering plaats. Enig agendapunt: de voordracht van een nieuwe burgemeester.

Bij aanvang van de vergadering krijgen de raadsleden de voordracht onder ogen van de ‘vertrouwenscommissie’, waarin alle fracties met één lid zijn vertegenwoordigd.

Tot nog toe bekende kandidaten zijn Eberhardt van der Laan, Roger van Boxtel en Annemarie Jorritsma. De voordracht bevat in principe twee namen, waarbij als het aan de commissie ligt de nummer één Job Cohen opvolgt. Vervolgens volgt een schorsing van onbepaalde tijd, waarin de fracties apart vergaderen over de voordracht: steunen ze die of proberen ze de nummer twee naar voren te schuiven?

De raadsvergadering wordt hervat met een geheime, schriftelijke stemming. De uitslag wordt gemeld aan de commissaris van de koningin en de twee kandidaten. Daarna maakt de gemeente officieel bekend wie kandidaat nummer één is.

Die kandidaat wordt bij het kabinet voorgedragen voor benoeming. De hoop is dat het kabinet volgende week de voordracht bekrachtigt. Dan kan de nieuwe burgemeester 7 juli in de raad geïnstalleerd worden.? (HET PAROOL)

23-06-10 11:2″

Read Full Post »

Lokjoden, lokhomo’s, als jood of als homo verklede politie-agent-provocateurs die hierdoor aangetrokken joden- en potenrammers in de kraag gaan grijpen. Recente  voorstellen (*) voor Amsterdam met positieve discriminatie als doel, maar in mijn visie zijn het middelen die het doel in de verkeerde richting voorbijstreven. Ook zwaardere straffen voor geweld tegen homo’s behoren mijns inziens tot de categorie van middelen die niet in overeenstemming zijn met het uiteindelijke doel: gelijkwaardigheid van alle mensen. Dat gaat ook op als er gestraft moet worden.

Marcouch wil dat de politie daadkrachtig optreedt tegen daders van antisemitisch geweld. "Ik vind dat je alles moet doen om die etters, die kwelgeesten, die criminelen te pakken." De PvdA'er reageert hiermee op berichten dat joden in sommige Amsterdamse stadsdelen zich niet meer veilig voelen op straat met een keppeltje op. Klik beeld voor link naar artikel op de web site van Amsterdamse lokale televisie AT5.

Ooit waren uiterlijke kenmerken van het tot een maatschappelijke groep behoren van overheidswege opgelegd. Het koloniale bewind van de Hollanders hield – bijvoorbeeld – middels strenge kledingvoorschriften controle over miljoenen onderdanen in Oost-Indië. Inlander, Chinees, Indo en raszuivere Hollanders konden zo keurig op geruime afstand onderscheiden worden door hun kleding en daarmee gemakkelijker in het gelid gehouden worden. Apartheid is niet voor niets een Hollands woord en ergens dringt dit  uiterlijk en ruimtelijk gescheiden houden van religies, rassen, klassen  en standen, voortdurend in de ‘vaderlandsche’ geschiedenis door: van half verborgen schuilkerken voor niet staats-protestante christenen, tot stegen en sloppen voor de armen net even apart van de grachtenhuizen voor de rijken, van bewaakte asociale dorpen in Amsterdam-Noord tot burgerwijken in oud-Zuid. Segregatie ook in het huidige Amsterdam van Buitenveldert tot Bijlmer, van Grachtegordel tot De Baarsjes.

De relatieve onzichtbaarheid – op straat – van het tot een gemeenschap behoren, in de moderne verstedelijkte samenleving wens ik als een emancipatie te zien. De tegenbeweging met haarbedekking voor vrouwen en geloofsduidende hoedjes en petjes voor mannen lijkt gelijke tred te houden met ander uniformgedrag van neo-punkers tot oranjefans. Als de lokale politie hier zich nu opzichtig als homoachtige homo of  joodachtige jood gaat verkleden om, met deze stereotypen een stereotype reactie uit te lokken, bij een doelgroep die door de vele bestraffend wijzende Hollandse vingers in hun ghetto gehouden worden (de Marokkaanse jongeren), dan vind ik dat een handelen dat van een onbeschrijfelijk gebrek aan inzicht getuigt. Uitlokking genereert en bevestigt geweld. Dat dit soort onbezonnen voorstellen ook nog eens een functie van populariteit bevorderende maatregelen voor bepaalde politici hebben maakt het nog eens te meer kwalijk.

Verbetering van hoe wij met elkaar omgaan is niet met dit soort ‘stereotype hypes’ gediend. We kennen de overgeleverde slogans: ‘ze moeten wel met hun poten van onze rot-joden afblijven’ en een enigszins positief bedoeld ‘onze rot-marokkanen’ bestaat ook al enige jaren (uitspraak toebedeeld aan Pim Fortuyn, die er – anders dan Wilders – bij zei dat het daarom ook “ons probleem” was); zo dient een ieder ook met zijn poten van onze ‘rot-poten’ af te blijven. Maar zulke op een gespleten karakter wijzende half-goedbedoelde-leuzen waren en zijn onvoldoende.

Het zijn ‘onze rot-Hollanders’ die maar niet in het reine wensen te komen met hun eigen ‘rot-geschiedenis’ die deel van het probleem zijn, maar het niet van zichzelf willen weten. Als nu eens in plaats van de oranje gekleurde ‘fata morgana’s’ van nationalistische geschiedenis interpretaties en het “Nederland kan het weer! Die VOC mentaliteit…” (Balkenende, 2006), een omslag in het begrijpen van het verleden van dit land zou plaats vinden, dan was daarmee tevens een basis gelegd voor een andere opvoeding en scholing van ‘onze jeugd’, ongeacht hun af- en herkomst. Als de ‘huichelhollander’ het onaangenaam verleden gemaakt door vorige generaties – waarvoor hij/zij zelf niet verantwoordelijk gehouden kan worden – gewoon onder ogen zou zien en dit onverbloemd voor zichzelf en aan de jeugd duidelijk zou weten te maken, dan komt er ruimte voor een mentaliteitsomslag. Leren, uitleggen, begrijpen, hoe joden en homo’s hier in de loop van de geschiedenis in de de verdrukking zijn gekomen, tot aan de onaangename details van registratie, concentratie en deportatie van de meeste Nederlandse joden met medewerking van Nederlandse autoriteiten en joodse notabelen die dachten het onheil te kunnen keren, tijdens de Duitse bezetting. Onder ogen zien hoe de eerste generatie na-oorlogse gastarbeiders hier binnengehaald werden op vrijwel gelijk wijze als de Chinese, Javaanse en Hindoestaanse ‘koelies’ in de nadagen van het Nederlands koloniaal stelsel naar Suriname werden gehaald. Arbeiders die hier decennialang bijgedragen hebben aan de groeiende welvaart en waarvan werkgevers en autoriteiten dachten dat ze even onopvallend als ze binnengehaald werden wel weer zouden verdwijnen. Ik zie nog voor mijn ogen de spandoeken van gastarbeiders-demonstraties op het einde van de zeventiger jaren toen de conjunctuur langzamerhand terug begon te lopen met leuzen als “Wij willen werken”, iets wat Geert Wilders (1963-) geweten had kunnen hebben als hij als tiener zijn ogen had opengehouden.

"Hoe het begon, de vele gezichten van Marokkaans Nederland", een reeks documentaires van de NOS waarin een onthullende oude Polygoon reportage uit 1969 over het ronselen van arbeiders op contract door de Nederlandse regering in Marokko is te zien... de hele serie zou vast onderdeel dienen te zijn van de geschiedenisles op Nederlandse middelbare scholen. Klik plaat om naar de on-line versie van deze videos te gaan.

Als ook de vensters van de ‘national geschiedenis canon‘ vermeerderd worden en de versluierende vitrages weggetrokken worden, opdat massamoord, slavenhandel en tal van vormen van koloniale exploitatie en lokale uitbuiting in zijn volle omvang begrepen kunnen worden, dan is dat de voedingsbodem waarop het zaad van een minder gewelddadige samenleving gezaaid kan worden, waarmee jonge generaties Marokkanen en wie er nog meer behoefte aan hebben tot andere gedachten gebracht kunnen worden. Daarmee en daardoor wordt een leraar – van lagere school tot MBO – in staat gesteld om de Holocaust in een begrijpelijk geheel van gebeurtenissen te plaatsen; dan kan ook de complexe geschiedenis van de Maghreb, de Arabische veroveringstochten, het Ottomaanse rijk, het Franse en Spaanse kolonialisme, de regionale tegenstellingen en het ontstaan van het conflict in het huidige Midden Oosten, begrijpbaar en bespreekbaar gemaakt worden. Ook hier is veel onverkwikkelijks te melden niet enkel ov er de vestiging van de staat Israel en onteigening en ontheemding van de Palestijnen, maar eveneens de tumulteuse Noord-Afrikaanse geschiedenis. Ook daar ligt er een verhullende sluier over het verleden.

Wie de tentoonstellingsagenda van de laatste vier decennia van het Amsterdamse Joods Historisch museum en het Amsterdams Historisch Museum (AHM) kent, weet dat deze door de gemeente gesteunde culturele en educatieve instellingen niet of nauwelijks bij machte geweest zijn om  bovengeschetste onderwerpen tot het centrum van een kritisch debat te maken (buiten de uitzondering die gemaakt kan worden voor het onderwerp van homoseksualiteit in het AHM). Met name het Joods Historisch Museum is de grote afwezige als het gaat om deelname aan een bestaand maatschappelijk debat bij de keuze van haar tentoonstellingen. Waarom niet het anti-joodse sentiment  bij (een deel van) de Marokkaanse jeugd tot een museum-presentatie of project gemaakt?  Waarom is de tragedie van Amsterdam, de constructie van het joodse ghetto, de bureaucratie van de Joodse Raad en het falen van het verzet ertegen niet ter lering en als waarschuwing, in een permanente opstelling in meerdere talen, te zien in dit museum, een verhaal dat dieper graaft en verder durft te gaan dan dat wat nu in het toeristisch lokkertje van het Anne Frankhuis aan verhullen verhaal te zien is?

Een tastbaar monument voor eigen historisch onvermogen zou deze stad sieren. Dat is pas dapper. Daarmee en daardoor valt uit het verleden te leren. Niet het sprookje over ‘Amsterdam die tolerante stad’ die nooit bestaan heeft. Zulk een zelfkritische presentatie zal iedereen zo ver uit de eigen tent weten te lokken dat we elkaar weer recht in de ogen kunnen kijken en op voet van gelijkheid met elkaar over heden en verleden kunnen spreken. Dat is geen politie en justitie taak, dat is een culturele taak, het wordt tijd voor  voor LOKHOLLANDERS TEGEN GEWELD met acties  ter verlokking van de Marokkaanse en alle andere jeugd.

Een reeks iconen met stereotypen, waarvan ik de precieze bron nog niet heb kunnen vinden, maar waarbij het vrijwel zeker gaat om 'teenagers stereotypen'. Het zou goed zijn als een jong talent eens in dergelijke reeks van stereo-typen voor Nederland/Amsterdam zou maken. Vereenvoudigde, schematische beelden zoals die nu bij teenagers bestaan. De benoeming van Marokkaanse jongeren en dan met name Marokkaanse jongens als 'straat-terroristen' (Wilders, 2009/210) is op zich net zo'n stereotype.

====
(*) Recente voorstellen lokhomo’s en lokjoden  info & links:

http://www.parool.nl/parool/nl/5/POLITIEK/article/detail/300523/2010/06/21/Asscher-voelt-voor-inzet-lok-Joden.dhtml

– Omdat dit artikel in de Elsevier van 19 juni2010 enkel gedeeltelijk on-line staat, citeer ik hier in extenso de formulering van René van Rijckevorsel (plaatsvervangend hoofdredacteur van Elsevier) “Is geweld tegen joden en homo’s soms normaal?.”  Voor mij getuigt de hieronder gevoerde redeneertrant van een te nauwe focus op een deelprobleem, waarbij dan weer een deeloplossing aangedragen wordt, die meer problemen zal veroorzaken dan oplossen. Dit terwijl de onderliggende fundamentele vraag onbeantwoord blijft, wat dan wel de Nederlandse samenleving is, waaraan als buitenstaanders voelende en behandelde groepen, aangepast dienen te worden. Mij bekruipt een huiver ook door het geciteerde taalgebruik van de heer Marcouch: “Deze jongens hebben een speciale behandeling nodig. Ze moeten geknipt en geschoren worden, voordat ze weer op straat staan.”

"Moffenhoer" behandeling van een vrouw met een Duits liefje op 8 mei 1945 in Amsterdam: kaalgeknipt en geschoren en met pek ingesmeerd en gedwongen voor de foto de Hitlergroet te brengen. Een voorbeeld van hoe snel bij een machts- en rolomdraaiing de strafhandeling verwordt tot een spiegelbeeld van wat verafschuwd werd..

“Geknipt en geschoren”, voor mij zijn dat een hele reeks beelden: ‘bijltjesdag’ waarbij een niet geheel koshere menigte de liefjes van Duitse soldaten op straat kaalscheren; militair geleide heropvoedingsgestichten voor straatbengels zoals beschreven in de jeugdromans van  ‘Pietje Bel’ tot ‘Willem Roorda’; dorpsgerichten op het Italiaanse platteland in de zestiger jaren waar hippies (cappelloni) de haren afgeknipt  werden… Zulke beelden vliegen zo snel door je hoofd en laten zich zo traag opschrijven en lezen, dat ik nu verder René van Rijckevorsel aan het woord laat:

“Verontwaardiging
Terwijl Geert Wilders door heel politiek correct Nederland wordt gekapitteld voor zijn generieke opvattingen en ongenuanceerde uitlatingen over moslims, is er relatief weinig publieke verontwaardiging over de wijze waarop jonge Marokkaanse Nederlanders in de publieke ruimte redelijk ongestoord hun antisemitisme kunnen botvieren.

Maar wat Marokkaanse Nederlanders denken en zeggen over joden, gaat nog een tandje verder dan wat Wilders beweert over moslims. Overigens heeft die nooit gezegd dat álle moslims Nederland uit moeten, zoals tegenstanders zijn woorden uitleggen, hij had het over criminele moslims en ‘straatterroristen’ met dubbele nationaliteit.

Vinexwijk
Niet alleen joodse Nederlanders hebben het steeds zwaarder te verduren. Het is met de dag onveiliger om ostentatief als homo over straat te gaan in wat ooit de ‘gay capital of the world’ was. Of om als homostel in vinexwijk de Leidsche Rijn in Utrecht te wonen. Twee mannen zijn er uit hun koophuis getreiterd door Marokkaanse jeugd. Er is nog niemand gearresteerd, omdat er niet genoeg bewijs is, aldus burgemeester Aleid Wolfsen (PvdA).

De onrust over het toenemende anti-homogeweld leidde afgelopen zondag tot een spontaan protest bij het homomonument in de schaduw van de Amsterdamse Westertoren. In aanwezigheid van het nieuwe PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch kwamen honderden demonstranten bijeen.

Behandeling
Marcouch wond er geen doekjes om: ‘Deze jongens hebben een speciale behandeling nodig. Ze moeten geknipt en geschoren worden, voordat ze weer op straat staan.’ Hij wees erop dat er geen hek om Nederland staat, daarbij degenen aansprekend die de vrijheid en tolerantie blijkbaar niet kunnen verdragen. Later in de week bepleitte hij zelfs het inzetten van ‘lokjoden’.”

bron = http://www.elsevier.nl/web/Opinie/Commentaren/268375/Is-geweld-tegen-joden-en-homos-soms-normaal.htm#

Read Full Post »

37e dag voorarrest 10 juni 2010:

De Damschreeuwer = VRIJ maar nog niet vrijgesproken.

416 mensen ondertekenden de petities gestart door Hen Krol, talloze commentaren en veroordelingen van zijn gijzeling/voorarrest waren in de eerste twee weken te horen, later verminderde de belangstelling, zoals fraai te zien is op de petities.nl web site. Voor het digitale nageslacht hierbij de belangstellingscurve… van de petitie-site.

De conference van Freek de Jonge aan de vooravond van de verkiezingen zal zeker aan de overwegingen van de rechters om hem niet langer in voorarrest te houden hebben bijgedragen. Toch nog de macht van het woord? Wel versterkt door geconcentreerde media-aanschat (1.6 miljoen kijkers) denk ik mij als getal te herinneren. De zaak zelf is nog niet afgedaan. Het is van belang om ook de nu intredende vertragingstactiek van het rechtssysteem bij te houden. De zaak begint nu overeenkomsten te vertonen met die van de wegens majesteitsschennis op de Dam in Amsterdam opgepakte Uruguayse demonstrant tegen “De Domme Prins” en zijn ontkenning van enige betrokkenheid van zijn schoonvader bij de Argentijnse genocide tijdens de vuile oorlog (in het jaar 2002). Waarmee we tevens in de toekomst kijken en luisteren en een schreeuw over de Dam denken te horen “Nunca Mas!” tijdens de kroning van Willem Alexander met Pa Zorreguieta op het bordes van het paleis. De lieden die dat mogelijk gaan roepen zijn waarschijnlijk meer nuchter dan de Damschreeuwer op de vroege avond van 4 mei 2010.

[Deze tekst werd geschreven voor de Facebook campagnepagina: DE DAMSCHREEUWER MOET VRIJ!]

Kort videofragment met verklaring advocaat van de Damschreeuwer voor lokale televisie AT5

Read Full Post »

Het was 37 jaar geleden dat wij in onze aktiekrant voor Amsterdam “Het Amsterdams Weekblad” een oproep plaatsten om het met ondergang bedreigde dorpje Ruigoord te kraken. Een lid van onze buurtaktiegroep in de Nieuwmarkt die wij “Willem de slooper” noemde en zoals je begrijpt met sloopwerk zijn brood verdiende, moest in opdracht van zijn baas leeggekomen huizen in Ruigoord slopen voor plannen die nog verre van zeker waren. Willem vond dat schandelijk, alarmeerde ons en zo gingen wij naar Ruigoord op de fiets en met een camera en werd een aantal korte stukjes met plaatjes en een kaartje geplaats. Artikelen die het dorpje mede hebben helpen redden. Aanstaande zondag wordt een kleine aan Ruigoord gewijde tentoonstelling in het Amsterdams Historisch Museum geopend en omdat je met dat museum nooit zeker ben of ze het wat betreft de recente geschiedenis historisch wel voldoende onderzocht en het bij het rechte eind hebben (de komende week heb ik een artikel gepland met kritiek op een gelijklopende tentoonstelling over de aktiegroep Tomaat in dat zelfde museum)  hierbij een stukje dat ik  begin dit jaar schreef voor Hans Plomp (Nieuwe Ruigoorder van het eerste uur) voor zijn verjaardag…

November 1972 wordt er een oproep gepubliceerd in het Amsterdams Weekblad ondertekent door H. de Jong uit Ruigoord om de met sloop bedreigde leeggekomen woningen in het dorpje Ruigoord te kraken en daarmee het dorp – al was het dan tijdelijk – nieuw leven in te blazen. De oproep heeft succes. Nu, iets meer dan 38 jaar later bestaat Ruigoord nog steeds omringd door een dijk die het afschermt van wat ooit een gebied met weilanden en sloten was en nu onder een dikke laag zand is verdwenen en deels tot industrie-terrein is omgevormd.

all in action news paper Het Amsterdam Weeekblad November 1972 to squat the threatened village of Ruigoord (at that time a new petro-chemical industry was planned in a new harbour area that would erase the village from the surface of the earth)

Call in action news paper Het Amsterdam Weeekblad (an activist weekly) November 1972 to squat the threatened village of Ruigoord (at that time a new petro-chemical industry was planned in a new harbour area that would erase the village from the surface of the earth) Drawing on the cover by Bert Griepink.

Het Amsterdams Weekblad was een collectief door vrijwilligers uitgegeven weekkrant, begin 1972 opgericht door een groep jonge mensen sinds meerdere jaren betrokken bij sociale acties in Amsterdam: Provo (1965-1967), Woningburo de Kraker (1967-1969), aktiegroep De Lastige Amsterdammer (1966-1979), Aktiegroep Nieuwmarkt (1970-1976), het ‘underground’ blad OM en andere losse samenwerkingsverbanden. Hoofdkwartier was gevestigd in het pand Keizersstraat 2A waar de eigen kleine drukpers stond die bediend werd door Rob Stolk en Lou van Nimwegen, beiden nauw betrokken bij de eerdere Provobeweging. Die drukpers was enkele jaren daarvoor gekocht van geld dat de Universieits Bibliotheek Amsterdam betaalde voor de overname van het archief van de Provobeweging (13.000 gulden iets wat sommigen een fabelachtig bedrag voor zo’n verwerpelijke beweging vonden). Dat bedrag was ondergebracht in de Stichting voor een Goed en Goedkoop Leven die het geld deels geinvesteerd had in een drukpers, dit vanuit de wetenschap dat ‘vrijheid van drukpers’ enkel bestaat voor hen die er een hebben.

xxx

Ruigoord: the village will disappear under a layer of sand for a chemical industrial area. Already 20 houses have been demolished on order of the Amsterdam municipality. New houses, only 7 to 10 year old, boarded up. In the village there is insecurity, one asks if the plans will be realized at all. Come to Ruigoord!

De kraakbeweging die sinds de winter van 1967 in zijn moderne georganiseerde vorm, met lijsten van leegstaande panden en een juridische en praktische handleiding om zulke leegstaande ruimtes te bezetten, was eerst actief in de Amsterdamse Dapperbuurt en concentreerde zich vervolgens in de met sloop bedreige Nieuwmarktbuurt waar vele onklaar gemaakte woningen stonden. Aangezien een groot deel van deze buurt zou moeten wijken voor de aanleg van een ondergrondse metro (die de net gebouwde slaapwijk Bijlmermeer moest verbinden met de binnenstad) en boven op die metro weer een snelweg geflankeerd door kantoren gepland was, kwam een complex van maatschappelijke problemen in het vizier bij de aktievoerders die in de Nieuwmarktbuurt voor zichzelf een woning of werkruimte veroverd hadden: stedebouwkundige functiescheiding in wonen, werken, verkeer en receëren; schaalvergroting; onroerendgoed speculatie; verkeerslawaai en luchtverontreiniging; teloorgang van landelijke gebieden en versjieking van historische volksbuurten. Deze thema’s, die aanvakelijk enkel op buurtniveau aandacht kregen in actiebladen als Geillustreerd Bethaniennieuws, Lastage en Nieuwsmarkt, werden met de oprichting van het Amsterdams Weekblad verbreed en naar het grootstedelijk niveau gebracht. Directe actie werd gecombineerd met onderzoek en eigen weergave van het gebeurde. Schrijven, tekenen, fotograferen, de opmaak, het drukken, het gezamenlijk vergaren van de losse pagina’s, alsook het verzenden van de abonnementen en de distributie van het blad naar boekhandels en het toen nog bestaande dichte netwerk van lokale ‘sigarenboeren’, dat alles was een colectief gebeuren. De intentie was meer activistisch dan literair, de benadering van onderwerpen en schrijfstijl nauwelijks intellectualistisch, eerder populistisch. Woon- en werkomstandigheden van kleine lieden vormden de hoofdmoot met reportages over de stress van tram- en busbestuurders, manipulatie van arbeiders in een autofabriek, slechte huisvesting van gastarbeiders, triestheid van wat ‘kinderspeelplaatsen’ genoemd werden … Ook eigen ervaringen in tijdelijke baantjes van de medewerkenden aan het Amsterdams Weekblad werden omgevormd tot reportages en onthullingen, zoals uitzendburoos = uitzuigburoos; opjagen van kantinepersoneel bij de RAI.

xxx

Small map published in the weekly Amsterdams Weekblad showing how to get to the village of Ruigoord.

Begin zeventiger jaren was ook de periode in de gemeentelijke politiek waar burgers niet langer braaf al de beslissingen van bovenaf slikten, een periode waar naarstig gezocht wordt naar beteugeling van deze onvrede die zich vaak in burgerlijke ongehoorzaamheid en directe actie uit. Het instituut ‘ombudsman’ wordt uit Zweden overgenomen (met gemeenteambtenaar Jo Boetje als eerste exponent van dit nieuwe beroep) en het toverwoord ‘inspraak’ is tijdens de vele bijeenkomsten waar zwetende bestuurders zich moeten verantwoorden niet meer dan een eufemisme: er wordt geschreeuwd, men ‘pikt het niet langer’.

xxx

An advertisement of the municipality of Amsterdam to attract customers for their new harbor plans found in 1972 in The Holland Herald, a free tourist magazine distributed by KLM and other airway companies flying to the Netherlands, it is commented in an issue of the Amsterdams Weekblad (comments are in Dutch)

Deze trend ook vult in het anderhalfjarige bestaan van het Amsterdamse Weekblad vele bladzijden, waarbij er een nieuwe vorm van participerende verslaggeving ontstaat die betrokkenen bewoners vaak tot steun dient, of het nu boze volkstuinders, roerige Betondorpers in Watergraafsmeer die zich ingesloten zien door verkeersklaverbladen, of strijders tegen de overwoekering door universiteitsbouw op het Roeterseiland zijn. De enkele pagina’s die hierna volgen (in externe link) tonen aan dat oproepen en initiatieven door dit blaadje, dat in een oplage van zo’n duizend exemplaren verscheen, toch verstrekkende en langdurige gevolgen konden hebben.

Tjebbe van Tijen 10/1/2009

Read Full Post »

Two KLM posters from the fifties combined (*) with a Google Earth view of Amsterdam and 7 examples of cut-out, non montaged real street photographs of oversized Dutch wooden shoes (klompen) that can be found in all tourists areas of the town outside the shops that sell tourist gadgets; tourist like to pose for their family  or friends in these disproportioned footwear; an uncountable number of such photographs can be found in personal collection all over the world as a reminder of a visit to the city of Amsterdam

Two KLM airway posters from the fifties combined (*) with a Google Earth view of Amsterdam and seven examples of cut-out, non montaged real street photographs of oversized Dutch wooden shoes (klompen) that can be found in all tourists areas of the town, outside the shops that sell tourist gadgets. Tourist like to pose standing in them for a picture – by their family or friends. An uncountable number of such photographs of people in disproportioned Dutch footwear must be around in personal collection all over the world as a reminder of a visit to the city of Amsterdam. It keeps me wondering, was it really fun? Did they have any association wearing these big clogs, like the word ‘sabot’ for wooden feetwear of workers in French, from which comes the word ‘sabotage’? The Dutch wooden shoes, ‘klompen’, have mostly disappeared from daily  life in the Low Countries, though some farmers and workers in the fields may still use them. The footwear was meant only for outside and would be left at the porch, so one was walking inside on ‘socks-feet’ (op kousenvoeten). ‘Klompen’ for the Dutch themselves associates strongly with no-fuss, sometimes even rough behavior, something fragile being trodden by a sabot. The most frequently used Dutch expression referring to ‘klompen’ is “dat kun je op je klompen aanvoelen” (you can sense that with your wooden-shoes on). Click picture for full size view of the collage. 

Splendid weather yesterday,  a late September saturday afternoon, it made my friend and me decide to walk to the Lindengracht market at the other side of the town center. So, the Red Light district, the major shopping streets and one of  the soft-drug tourism arteries, the Haarlemmerstraat had to be crossed. These are areas which I always try to avoid when going by bicycle, but now we were on a social-geographic survey of these parts of town, which I had not seen for quite a while.The streets were bustling with tourists and their non-directional pace of walking: halting to study their maps without concern for the other pedestrians and cyclists – often in the middle of the road; whimsically crossing as if the streets were empty; framing their camera pictures while forgetting about the world outside their viewer – causing frequent near accidents; being absorbed in consuming their walk-about-lunch; trying to keep group cohesion despite the fragmented Amsterdam public sidewalks with their thresholds and anti-car parking poles. A mixed aroma of exhausting fumes, hashish and the smell of cheap pizza touches our nostrils as we manage to proceed slowly in the direction of our evening meal shopping market in the Jordaan neighborhood.

I montaged two modernistic tourist photographs in this illustration, found on Flickr made by what seems to be amn under the alias 'Urbandiscount' who has a talent for catching the scenery beyond the regular flat tourist pictures (*). Click Picture for full size view.

I montaged two modernistic tourist photographs in this illustration, photographs I found on Flickr, made by a man posting under the alias ‘Urbandiscount’; a photographer with a talent for catching the atmosphere, better than most regular flat tourist photographs (**). Click picture for full size view.

Two views in one of the yourist crowds in the Warmoesstraat

Amsterdam, Warmoesstraat, at two different moments montaged in one view, showing the regular tourist crowds. Click picture to study the text and images on the sign posts.

As this walk was meant a survey as well, I scan the street fronts of the houses and shops for apparent changes, and there were many. The main trend is not typical for the inner town of Amsterdam, but maybe more outspoken and dramatic than elsewhere. Most of the surviving shops that had some direct function for the life of the locals are gone: grocery and green grocers, the traditional coffee-burning and grinding shops, tobacconists, hardware shops, dry cleaning and the like, with one exception, the bakery shops, the last ones seem to survive all modern massification and monopolization and are thriving with new tourist customers. Venues like the open front walk in ‘coffeeshops’ are examples of replacements. Coffeeshops (the Dutch way of spelling it) whose business is in fact selling hashish and offering smoking facilities for those who claim to smoke it pure… (so the anti-smoke law for public spaces does not apply). Waves of  loud music pour from these establishments and there seem to be no more local residents left at the floors above who could rightfully protest against the reproduced sound levels. Shops specializing in ‘recreational drugs’ paraphernalia pop up with regular intervals along our trajectory, also tattoo and piercing studios, male and female lingerie boutiques  and sex cinemas. The condom shop is still there (called ‘Condomerie’) it exists already for twenty years in the Warmoesstraat, once started as a fun idea in  one of the groundfloor shops of the then squatted housing block ‘Blauwlakenblok’, developing into a regular business enterprise soon after. A bit further on, in the direction of the train station, many gay bars, hotels and ‘darkrooms’ (mainly male) have settled in the last two decades. A historical function one may say, as the Warmoeststraat has done the sexual catering for both the sailors and local inhabitants for centuries. What is different though – compared to the past – is the density of such facilities now, and the fact that homosexual services are openly promoted. House after house in the Warmoesstraat and surroundings have been taken over by a ‘troika’ of the recreational sex and drug industry combined with what we Dutch call ‘horeca’ (snackbars, restaurants, cafés). The ‘horeca’ is there mainly to supply the armies of ‘lurkers’ – those who are just watching – with an alibi to have a drink and snack, wander around and stare. Step by step this troika has pushed out services providing for the daily needs of local residents. I still remember the area as a mixture of cafés, restaurants, sex business, small workshops and family living. I have not seen statistics yet on the dwindling number of normal resident houses or apartments in the Red Light district and adjacent areas, but that it is strongly diminishing is something anyone “can feel with their wooden-shoes on.”

"The pink margin of dark Amsterdam,  rise of the homosexual bar-culture in Amsterdam 1930-1970" a publication from 1992 by Gert Hekma and his wide circle of informants. With a map showing the location of bars over 60 years.

“The pink margin of dark Amsterdam, rise of the homosexual bar-culture in Amsterdam 1930-1970” a 1992 publication by Gert Hekma (University of Amsterdam) and his wide circle of informants, with a map showing the location of bars over 60 years. Each dark triangle in the rosettes on the map represents a decade. At the left a facade drawing I found in the municipal archive of Warmoesstraat 20, where from 1955 to 1971 Hotel Tiemersma with its pre-darkroom facilities had its abode. I have slightly colored the facade drawing because it would otherwise hardly be visible. To be able to see the details you have to click the picture..

What was – only forty years ago – a very much needed sexual emancipation of suppressed gay people, has grown into an industry concentrating to such a level in certain areas of town, that other social and economical functions are marginalized by it, or cease to exist. In a very instructive little book “De roze rand van donker Amsterdam” (the pink margin of dark Amsterdam) delivered by Gert Hekma of the University of Amsterdam in 1992, one can read about the very slow rise of “a homosexual bar-culture” in the period 1930-1970 and the inventive ways of gay people  to congregate in times that homosexuality was a thing not even mentioned. It is only in the fifties that the worse forms of police prosecution are over and several membership clubs start to offer some sort of safe heaven for (mostly male) homosexuals to meet, like the drab DOK cellar at the Singel (in ‘gebouw Odeon’) seen – once forty years ago – as the biggest gay dancing in Europe. The Warmoesstraat and its surroundings do have over half a century of history  in supplying gay entertainment. A pioneering place was Hotel Tiemersma, once a tobacco shop at number 20 of the Warmoestraat, started by a sailor man Sako Jan Tiemersma. From the early fifties the hotel also had a tiny bar (without a permit at first) with a permissive barkeeper that allowed some forms of intimacy. The hotel rooms had no lock and the clientèle also behaved with little restrictions and a kind of ‘darkrooms’ avant-la-lettre existed there. The hotel was a meeting point for the early leather scene (‘leerwereld’ in Dutch, which is a funny word as it also means ‘world of learning’), a scene that heralded the shift from the feminine tot the macho-type of homosexual behavior. The Amsterdam homo community before WWII had its  division in active penetrating males (called ‘tules’) and passive receiving feminine males (called ‘nichten’). It was a community in which sexual partners from the twilight zone of heterosexuality also participated as ‘tules’. With the advent of the leather scene this attitude changed, as  Hekma puts it “The ‘homos’ now could fornicate each other and horniness, to be satisfied, needed the outside world much less.” [my free rendering of his sentence on page 73; tj.] Any nowadays sex tourist can find the new gay-meeting points by a quick search on the internet, zooming in at leisure to specialized areas like the Warmoesstraat and reads about: – Argos at number 95 “The oldest and possibly most famous leather bar in Amsterdam. Sexy, cruisey and heavy. S.O.S. (Sex on Sundays)”; – Dirty Dicks at number 86 “A late night leather bar. This place really lives up to it’s name”; – Stable Master at number 23 “Bar and Hotel famous for it’s jack off / wanking / masturbation parties in the downstairs bar held regularly.”

Indirect depiction of the dark room phenomenon a sling and smeared walls exposed by  a flash light from a camera.

Indirect depiction of the dark room phenomenon without real action: a sling and smeared walls exposed by a flash light from a camera. In the middle a reflection in a puddle of a Warmoestraat gay bar by a talented photographer I found on Flickr using the long alias name “AmsterS@m – The Wicked Reflectah’s photostream” (***)

When emancipation of homosexuals ends up in a commercialized segregation of leisure and pleasure with expanding specialized zones clustering around Amstel-Rembrandtplein-Utrechtsestraat-Reguliersdwarsstraat, Warmoestraat-Zeedijk, and Kerkstraat-Leidesplein,  I am tempted to ask what about “equality” as one of the important substances of my own idea of what emancipation is about? Why not have fun all together, beyond the tender and gender divide? Why this self-imposed social Apartheid? Also, what about the level of, say ‘homosexual’ emancipation and ‘tolerance’ of drugs in all the countries of origin of the hordes of sex and drugs tourists filling the Amsterdam inner town? Did they vote Berlusconi, Sarkozy, Merkel, Putin and thus can’t they smoke a joint at home or in a pub in peace? Is it the Pope, an imman, a rural evangelic fundamentalist that keeps them from doing or at least inquiring about unknown sensual territories at home? And … most important for us locals, is the blunt commercial exploitation through which the tourists are paraded in Amsterdam, – with some side-tripping to Anne Frank and Vincent van Gogh – something we should be proud of? Is that what we want to present to the world? Or is it this, what is most typical Dutch after all, only about making a good buck… on anybody using any opportunity?

Recent Indonesian history depiction of the arrival of Cornelis Houtman at Bantam in 1596

Recent Indonesian history depiction of the arrival of the brothers Cornelis and Frederik de Houtman at the Bantam (west coast of Java) in 1596, the picture does not show the firing of ship canons at the native settlements  as a result of animosity between the locals, the Portugese and the Dutch. The middle picture is a drawing of the pepper plant from the VOC archives, at the right Robert Jasper Grootveld (1977) while talking about the origin of Dutch drug-trade and the importance to keep everything ‘droog’ (dry),  the origin of the word ‘drugs’.

“DROOG, here in the Netherlands, is the most important word.” All the coffeeshop signs with cannabis leaves, in the streets we passed through – this saturday afternoon  September 2009-  made me think back at that sentence which starts a brilliant and humorous discourse by Amsterdam’s city shaman Robert Jasper Grootveld back in 1977.  Grootveld (1932 – 2009) spoke about Amsterdam’s historical role as a market for spices, dried plants and herbs – from far away places like the East Indies – in a documentary movie by filmmaker Louis van Gasteren: “Allemaal Rebellen” (all of them rebels) about Amsterdam radicals of the fifties and sixties. Droog in Dutch is ‘dry’ in English and most lexicographers point to the possible origin of the the word ‘drugs’ in English, ‘drogue’ in French, ‘droga’ in Italian, ‘Drogen’ in German and so on, from the Dutch word ‘droog’.  “Dry,  here in the Netherlands, is the most important word, a land that had to be drained from a swamp (…) that did send its sailors to the other part of the world – whereby half the crew did not make it back- which was a human offering! … why all that? What you could find there, was something extra, to give some spicy jolt to life: pepper, mace, nutmeg and other plantlike products … and there was only one way to get that from there to here, namely by keeping it: dry (droog).” In this lively interview Grootveld reminds us of the staple-market economy of Amsterdam in the 17th century and the importance within that constellation of – what he properly calls – the “drug-trade” (drugshandel). Grootveld is not an academic, his associations and actions do have a strong persistency nevertheless. The Dutch involvement in opium trade from 1613 up to 1942, during the 19th century even a monopoly of the state from the beginning of the 19th century onward, is something Grootveld certainly knew, but does not mention during this interview. In 1928 the law curtailing the use of  opium and other narcotic drugs is proclaimed in the Netherlands, though at the same time keeping the opium trade in the colonies of the Dutch East Indies outside of these regulations. Ewald Vanvugt has written an extensive book on this matter “Wettig Opium” (Lawful opium) in 1985, no translations exists in English, but there is a short interesting online English reference by Dirk Teeuwen (2007), about Dutch state opium trade.

Natives smoking opium in Batavia (Djakarta) 1925 and a view of the Jl. Salemba opium factory in Batavia, 1925 with machines for mechanical filling of tubes with opium.

Natives smoking opium in Batavia (Djakarta) 1925 and a view of the Dutch Jl. Salemba opium factory in Batavia, 1925 with machines for mechanical filling of tubes with opium. The opium production and trade was a Dutch state monopoly starting in 1827 in the East Indies and lasting till 1942.

Back from sidestepping and continuing our trip.. As we walked the streets and struggled through the tourist crowd, I had a short fantasy of my own, being a telepathic guide, able to impress my views of the town and its history on each of the leisurely wandering tourists that catched my eye:

“What you see is the product of Double Dutch standards, moral sermons at home, covering up far away exploitive practices. Like our prime-minister Jan Peter Balkenende who does not get tired to preach about the Golden Age and the ‘spirit of enterprise’ of the Dutch East Indian Company (VOC) which we should try to regain today, forgetting to mention the black pages of history of the trading and maltreatment of black slaves, let alone the life of the 17th century poor in the Low Countrries. The historical ‘freedom of trade’, which found once in the city of Amsterdam one of its important bases,  was nothing more than the freedoms one can allow oneself when making bad deals – for the natives – backed up by warships with canons. Half the number of poor souls that were crimped into VOC service as sailors died on their voyage to the east. Recruitment officers would round up bums in taverns and on the street, even imprison them, till the moment their ship sailed away. The Dutch that nowadays like to praise themselves for their development aid to poor countries, still fail to recognize that they were fighting colonial wars up to 1961, officially called – to this very day – pacifying ‘police actions’ (“politionele acties” in Indonesia 1945 – 1949 against the Indonesian War of Independence)… “

Dutch Prime Minister Jan Peter Balkenende opening the exhibition "Power and Glory" shipping in the Golden Age, in March 2008 in the Maritime Museum of Rotterdam

At the left a (not montaged) photograph of  Dutch Prime Minister Jan Peter Balkenende opening the exhibition “Power and Glory: shipping in the Golden Age”,  March 2008 in the Maritime Museum of Rotterdam; overlayed at the right with an allegoric painting commemorating a century (1602 – 1702) of VOC (United East Indies Company) business in Amsterdam  by the painter Nicolaas Verkolje (who made  in the same period a painting depicting Ovidius’s “The theft of Europe”, the ‘theft of Asia’ was a theme far beyond the imagination of any European artist of that time). The painting is part of the Rijksmuseum collection. Click picture for a full size view. Note at the right hand side of the painting two cherubs with a cornucopia from which spices pour: cinnamon and nutmeg, the last is even a tiny bit hallucinatory when used in big quantities.

As it is just a fantasy, I do not get out of breath and my audience does not walk away from the historical hootch their guide is offering,  I even manage – for myself – to make a desperate link between things of the past and the present, between the historical void in the brains of the oversized tourist crowds and my own agitated feelings of having lost something, the town I knew, the town I liked… and I explain to my imaginary audience once more, before taking a side street out of the Red Light district:

“The 17th century Dutch trade mentality still lingers on in the veins of the city,  sips through the pavement,  leaks into the cellars, pollutes the drinking water, but its object has changed. It is is not any more wealth gathered in faraway countries brought back to the Netherlands, instead, there is a progressively developing reversal: tourists flying en masse to Amsterdam and trading the city  away. The wooden shoes, once the trademark of this country, its firmness, its endurance in the fight  against wind, rain and sea, have grown to an absurd size and – as in a fairy tale – they fit only the tourists, who have great fun banging around in them, not on purpose, just unconscious of the fragility of the city’s civil structures they encounter.”

Crossing the main streets to the Central Station, The Damrak and Nieuwe Zijds Voorburgwal, brings us out of the Red Light district and the number of sex facilities decreases, though the occurrence of coffeeshops only diminishes when we reach the more classy areas of what is called ‘de grachtengordel’ (the girdle of canals). This has a historical reason as the old city ordinances prohibited the construction of alleys and houses of the poor in this area. Also here something has fundamentally changed lately: terraces have sprang up at the most odd and unhandy places, leaving even less space to walk as in the traditional sidewalk layout of this part of town. Where from the fifties onward cars had invaded the inner city and lined all the canals to supply the needed parking space, a new and more profitable development can be noticed: tiny terraces scattered on the sidewalks, along the waterfront and at the sides of bridges. As it was a very warm and sunny September afternoon, all terraces were filled to the brink and so the glasses of the customers, making what was once a quiet zone into yet another bustling boulevard, a scenery even further enlivened by a parade of private pleasure boats in the canals with their ostensibly wealthy and joyful drinking passengers and the traditional big tourist boats maneuvering in between them…

Canal side frenzy with neo-colonial rickshaw services, rentable canalbikes and terraces filling each empty corner.

It can not be helped, describing the scenery of  the overcrowded inner town of Amsterdam, ends up in a discouraging and irritating litany  …  we did arrive in the end at the Lindengracht market and that was not a happy ending. I could have known it, the gentrification of the Jordaan neighborhood have downgraded the variety of foodstuff and upgraded the prices. It did not compete in any way with our regular trip to the Albert Cuyp Market in the 19th century neighborhood of  De Pijp. “It looks like a market, but it is only a visual suggestion of it” was my friend’s comment.

On our way back – this time evading the Red Light district – I pondered over the question whether there is any limit to which extend a town can be consumed? What it is that needs to be done to alert people about the negative effects of oversized tourism. A comparative study of mass tourism might be an idea. Paris, Rome and London certainly are not a model because they are much bigger in size and city layout than Amsterdam.  Venezia, Firenze  are smaller but have a much more cultural oriented clientèle. The Amsterdam city authorities are far from even envisaging such a studious exercise, they may try and shift away the focus from sex and drugs to culture (there are many reports about that), but whatever their fancy, growth of the number of tourists is their uncontested prime policy. Debating tourist policy is anyhow a very unpopular subject with many of my fellow citizens. There are those who do not care because they do not live in the city center or are fortunate enough to find themselves in some of the non-tourists corners. Next comes the economic argument, that it brings a lot of necessary income for the town.  As I do not sell beer or drugs and do not own a hotel or restaurant I can see very little direct profit coming my way and indirectly I only notice the rising of municipal taxes over the years as I am supposed to live on what is called a  A-locations and taxes are determined by real-estate market value. Nobody has seen it fit yet to study the nuisance of the tourist and party-industry in the inner town and translated that in a tax reduction equal to the level of suffering inflicted on the inhabitants. Is it unacceptable egoism that makes me wish to exclude all those suburbia prisoners that are craving for a real city experience and buy a temporal escape ticket to Amsterdam?

"Hands of my town" (blijf van mijn stad af) somewhere near the Jordaan on our walk I saw a poster with this text

“Hands of my town” (blijf van mijn stad af) somewhere near the Jordaan during our walk I saw a poster with this slogan and I thought at first “Ah! these are people which are fed up also with the down side of the leisure industry.” WRONG! At home I searched for their web site and soon discovered that this is a local pressure group that wants less limitations on terraces, red light district, and other rules regulating inner city life. They are the organizers of a recent ‘drink inn’ to protest against a new local rule that forbids people on terraces to gather and drink while standing (an odd rule that has some rationale in exceptional cases where a whole street will be filled with a drinking crowd). They plan to hold a city referendum turning back all kind of regulations they see as limiting their freedom. Little can be read in their manifesto about neighbors who need some sort of rest, some sort of subdued city silence and one wonders where all the signatories of their petition are living. Certainly not straight above a popular terrace frequented by a “freedom loving” crowd, is my guess. When you read Dutch you may enjoy their argumentation that sounds similar to the good old VOC time rethoric of our prime-minister: “Amsterdam, once the center of the world. Where Rembrandt harvested his fame, Michiel de Ruyter (a Dutch admiral) began his voyages, the great philosophers Descartes and Spinoza wrote their most important works…” Well let me stop here, enough nonsense as De Ruyter was mainly fighting wars and was not a discoverer, which is suggested, Descartes was traveling a lot and only spent two years in Amsterdam, and Spinoza had to flee Amsterdam after conflict with religious and city authorities, doing his writing in Rijnsburg, Voorburg and The Hague. What to think about the concluding paragraph on the city of Amsterdam: “A fantastic place where especially freedom of the way of life and enterprise is signed on its banner for centuries” (Een fantastische plek waar juist vrijheid in leven en ondernemen al eeuwen lang hoog in het vaandel staat). The relativity of the notion of freedom must have escaped this bunch of happy hour drinkers, who direct most of their person oriented anger at the head of the inner city council. Click the picture to have a look at their web site.

Is there some hope in recent developments of  Dutch cities next to the Belgian border, that have closed all coffeeshops and organized even a kind of razzias against cross-border drug tourism? No, in spite of all my observations and negative appreciation of the Amsterdam drug tourist scene, I dislike this abrupt and oppressive option. Like the homosexual emancipation there has also been an emancipation of the drug user, from a persecuted criminal to a tolerated recreational consumer. The liberating mind expanding aspects of soft drugs as formulated by idealists of the sixties may have long faded away and turned into hard core business, but the basic assumptions remains valid: to be master of one’s own mind and body and decide by one’s own reasoning instead of external coercion.

There are many options and levels of steering, controlling, and arguing which could bring the transborder soft drug users and the international leisure industry back to acceptable proportions and some sort of balance with the social environment they share with others. When only those who are profiting have a say, when authorities are deaf for the complaints of their citizens and turn a blind eye on the degrading effects of mass tourism, one has to wait for the occurence of some sort of tragic incident before the extravaganza of oversized tourism, of Klompenmania, will be countered.

 

Maybe we should replicate Amsterdam a few times and post it on each continent in the appropriate theme park. A pioneering exercise has already be done in Japan, Nagasaki with the Dutch Theme Park Huis ten Bosch, which has its canals, cosy European alleys and a detailed replica of the Central Station in Amsterdam (this by the way is the second time that this building has been replicated in Japan, Tokyo Central Station

Maybe we should replicate Amsterdam a few times and post it on each continent in an appropriate theme park. A pioneering exercise has already be done in Japan, Nagasaki with the Dutch Theme Park Huis ten Bosch, which has its canals, cosy European alleys and a detailed replica of the Central Station in Amsterdam (*****)  

Maybe it is time for the ’emancipation’ of  city dwellers, recognizing their  “equal rights” on the use of the city, not treating them anymore as Disney actors in their own town, appreciating them for their living knowledge of their house, their street, their neighborhood, their city. The first step toward a city dwellers emancipation is the recognition that injustice has been done, that it is time for measuring tourism, to fit it to the existing scale of a city and not the other way around.

Epilogue

The association in the article with Robert Jasper Grootveld and his discourse on ‘droog’ and ‘drugs’ may seem somehow beside the point  for those who have not witnessed the rise of  the recreational drug tourism in Amsterdam from the early sixties onward. So I feel a need to explain why it is essential for me. Grootveld has played an important dual role in the history of Amsterdam as a soft drug tourist center, both as one of the first street campaigner against the smoking of tobacco and the dangers of cancer, and as a propagator of the smoking of marihuana, instead. Tobacco was for him not only a health danger, but also an example of of consumer manipulation. He aimed his playful actions at first against the big tobacco industries and their psychological tricks – their “hidden persuaders” – that lured people into satisfying needs constructed by the advertisement industry. His utmost primitive duplicated magazine “De Hippe Zweter” was pointing to the book “Hidden persuaders” By Vance Packard (1957). His actions – an odd mix of dadaism and ‘urban shamanism’ – were aimed at “the liberation of the addicted consumer of tomorrow.”  Grootveld’s actions fell in fertile ground. The Amsterdam scene of the sixties was a constant turmoil in which dissidents from the artistic, political and esoteric realms mixed. The people involved came from different backgrounds but still had something strongly in common: egalitarian and communal principles. This  has laid the basis for all kinds of social movements that – over the years – freed Dutch society from its authoritarian straightjacket.  It is unfortunate  that by now this heritage  has been spoiled and the  former liberating principles only remain as an “imago”. Grootveld’s vision of  1962, a “Magic Amsterdam” as a center of the “Western asphalt jungle”, was already taken over by KLM and the Dutch Tourist Agency (VVV) in the mid sixties and started the influx of beatniks and hippies and  other ‘sleeping-bag-tourists’. Only an echo of it rings in the 21st century advertisement agency slogan “I Am Amsterdam” commissioned by the municipality, a faked tourist industry imago that is eagerly consumed by a new generation of  ‘addicted city hopping  consumers’.

xxx

 This photograph by Cor Jaring (****) is from 1971 and shows the boat ‘De Witte Raaf’ (the White Raven) moored straight opposite the local Amsterdam police station of Kattenburg, selling marihuana plants, for one guilder each. We see Kees Hoekert at the left and on the right (with a spade and ‘klompen’) Robert Jasper Grootveld. It is a playful subversive enterprise under the name “Lowland Weed Company.” At that time someone had studied the Dutch anti-opium law and had discovered that it banned only explicitly the dried leaves of this plant. Growing plants were not subject to this law and it is through this loophole in the jurisdiction that the wide  use of  this soft-drug and the soft drug tolerance policy of Dutch authorities came into existence. Grootveld who had been active as an anti-smoke-magician fighting the big Tobacco industry in his own unique ways (because of cancer danger of regular cigarets) had been using and propagating marihuana (instead) from early on. It is at the end of the sixties and the very beginning of the seventies, with the influx of hippies and other young people traveling around cheaply by hitchhiking, that a new form of tourism started to develop in Amsterdam. At first the young people often slept outdoors on the steps of the National Monument at the Dam Square and in the Vondelpark. Outdoor sleeping was soon regulated by limiting the permitted areas and providing cheap accommodation called ‘sleep-inns’, a kind of hip youth hostels, that often provide some cultural program at the side. Youth clubs came into existence, some of them squatted at first but soon legalized, others initiated by the city government who tried to get the youngsters of the street by offering them music and dancing halls. Local cannabis production (nederwiet) was sold in small quantities in these venues. The whole multi-million  recreational drug industry originates in this chain of sub-cultural events. 

Almost four decades lay between the “Lowland Weed Comapny” of Kees Hoekert, Robert Jasper Grootveld and others, run from a crummy houseboat, a little bit offside the town center,  and new cannabis businessmen like Arjan Roskam and Olaf van Tulder. The businessmen own  a chain of  enterprises with different outlets: coffeeshops, a clothing and accessory line and luxurious rental apartments in the town center (several coffeeshop owners have started to diversify their businesses, in case the tolerance policy will change). There is a Youtube movie of the opening ceremony of their sumptuous coffeeshop at the Haarlemmerstraat (opposite the historical building of the Dutch West Indian Company). First speaker is August  de Loor, a former street-corner worker helping hard-drug-addicts for decades, now presented in the movie as a “Drugsexpert”, his speech is about the legal front door for the customers, the half legal shady back door where the drugs come in and the threat of a possible change in the liberal soft drug policy of the government. The proud owners explain the decorations in the different rooms of their new establishment, including their own depiction in Delft Blue tiles, dressed up  as “King of Cannabis” and “Lieutenant Admiral of  Greenhouse.”

In january this year a new coffeeshop (from the Greenhouse chain) has opened in the Haarlemmerstraat, where the owners have chosen to display themselves on the walls in colonial settings in newly made ’Delft Blue’ tile tableaus. The shop owners and managers can be seen on deck of a 17th century sailing ships. A banner text is partly visible and seems to read: “…those who have the history … will shape … the future.” In a Youtube video owner Arjan Gorter speaks about “the inspirational history of Amsterdam in the Golden Age” which has been brought back in the interior. It is as if I hear Prime Minister Balkenende speak similar words, about a national past that never existed.

———–

(*) The two KLM posters that have been fused in the left hand part of the Klompenmania collage can be found on the web site of  the “Urban Nebula” study group. The site has some flash animation installed which does not allow me to make a precise link, you have to search the checkerboard of poster details to find your way.
(**) Warmoesstraat pictures by “urbandiscount” posted on
Flickr.
(***) “Some guys and a Sexshop on the Warmoesstraat, reflected in a puddle in Amsterdam”, artistic photographs of Amsterdam reflexions in rain puddles  by “AmsterS@m – The Wicked Reflectah’s photostream” posted on
Flickr
(****)
Web site of photographer of Cor Jaring, a must for anyone interested in Amsterdam history  as seen form the margin.
(*****) The
website of Huis ten Bosch Nagasaki can be found here.
This by the way is the second time that this building (Amsterdam central Station) has been replicated in Japan, Tokyo Central Station, dating from 1914 is somewhat freely modeled by the Japanese architect Tatsuno Kingo after the creation of P.J.H. Cuypers from 1889, though ther are archiecture historians who deny it; I personally know both station well and must say that I was struck by their ananlogies from the first moment I entered the Tokyo version.

Read Full Post »

Older Posts »