Feeds:
Posts
Comments

Archive for the ‘Sixties’ Category

CECIL TAYLOR 1929 – 2018

Cecil-Taylor_1929-2018_tt44

1960 was het en mijn oren waren al een beetje gewassen door het grijs draaien van bebop platen: snelle riedels, dwarse akkoorden, huppelende tempi wisselingen; Charlie Parker, Art Tatum, Thelonius Monk… daarna kwam Ornette Coleman die “The shape of Jazz to come” verkondigde met het snerpende geluid van zijn plastic saxofoon. Het was in dezelfde tijd dat “The world of Cecil Taylor” de onze binnendrong met razendsnel kruiselings gehamerde motiefjes, nu eens hoog de lucht ingeslingerd, dan weer met voetpedaal de grond in gestampt… Cecil Taylor, mijn nieuwe held die ik nooit in echt heb horen spelen, maar des te meer gedraaid heb op mijn draagbare pick-up in de jaren dat ik als jonge kunststudent steeds maar van woning en woonplaats verwisselde….

Het deed me terugzoeken naar wanneer hij dan wel voor het eerst in Nederland optrad en dat was zo te zien in 1967… mijn vriend Pieter Boersma was erbij toen in een Hilversumse radiostudio Taylor een soort master-class gaf, georganiseerd door onze eigen radio-hoogpriester van de jazz Michiel de Ruyter… [niemand heeft die sessie destijds opgenomen, zo blijft er enkel beeldmateriaal in het archief van Pieter Boersma] Hij stuurde mij zojuist een aantal foto’s van de workshop in de AVRO studio in augustus 1967 waarvan ik er hier twee plaats…

Cecil Taylor ,Han Bennink Hilversum 08-1967

Cecil Taylor met Han Bennink, AVRO stuio augustus 1967 (copyright Pieter Boersma)

Cecil Taylor Avro studio Hilversum 08- 1967

Cecil Taylor, AVRO studio, augustus 1967 (copyright Pieter Boersma)

Vond drie interessante krantenstukjes (op delpher.nl staan er meet, aak enkel aankondigingen) van dat jaar en een ieder die zijn muziek herinnerd en een halve eeuw terug in de tijd wil gaan, mag ik deze aardige documentatie niet onthouden (ik laat de door de computer gelezen (OCR) krantenversie ongewijzigd):

Het Parool 28/06/1967:
Cecil Taylors avapt-garde GEBROKEN PIANOSNAREN IN WORKSHOP
(Van een onzer verslaggevers) AMSTERDAM, woensdag. — Jk gooi het hele programma om”, roept Boy Edgar.-„Je kunt na Cecil Taylor niemand anders meer laten spelen. Hij moet maar als laatste voor de pauze’ optreden.” In AVRO Studio 1 heeft pianist Cecil Taylor zojuist bijna een uur achter de vleugel gezeten. De resultaten zijn velerlei: er zijn twee snaren gebroken, Cees Slinger (pianist van Boy’s Big Band) is weggelopen, de rest van het publiek zit verwezen voor zich uit te staren, totaal ondersteboven van het muzikale krachtsvertoon van de 34-jarige Amerikaanse jazz avant-gardist.
Taylor zelf zet zijn donkere bril weer op. reageert met een korte hoofdknik op het aarzelende applaus en loopt onbewogen terug naar de stoel op de achterste rij. waar hij de hele avond, roerloos heeft zitten luisteren naar de prestaties van de beste Nederlandse avant-garde-combo’s (Misja Mengelberg met Willem Rreuker, Nedlv Elstak, Dick van der Capellen). De eerste dag van de workshop, bedoeld als voorbereiding op de jazz-concerten van donderdag in het Amsterdamse Concertgebouw en zaterdag in de Rotterdamse Doelen, is met een overdonderende climax besloten. Later op de avond zullen Misja Mengelberg en Cecil Taylor nog een lang gesprek voeren, maar pianiste-vocaliste Judy Roberts — een 22-jarig meisje, dat in Chicago door Boy Edgar is ontdekt — is na een half uur nog niet bekomen van d<> schokwerking, die Taylors muziek op haar heeft gehad. Met het hoofd voorover en haar handen bij de oren zit ze verbijsterd aan een tafeltje in een Hilversums muzikantencafé.
CECIL TAYLOR blijkt een welbespraakt en uiterst intelligent man; alleen op vragen over zijn eigen muziek reageert hij terughoudend. ~Heb ik al die pianisten de stuipen op het lijf gejaagd? Nou. dat spijt me dan”, verklaart hij met een malicieuze glimlach. „Wat kan ik eraan doen? Het is htin probleem”. Anders dan veel andere Amerikaanse jazz-musici, die naar Europa komen, heeft Taylor weinig illusies over de mogelijkheden in ons werelddeel. „In Europa krijg je makkelijker de beschikking over goede instrumenten en faciliteiten van radiostations:, maar verder zijn de problemen dezelfde als in Amerika”, zegt hij, „alleen zijn de tegenwerking en de discriminatie, die je in New Vork ondervindt, veel sterker, veel slimmer ook, dan hier. Maar je hebt daar dan ook de mogelijkheid om er meer tegen te doen, om er kracht en inspiratie uit te putten”.
~
Martin Schouten in het Algemeen Handelsblad 30/6/1967:
Cecil Taylor: Pianist van uitzonderlijk niveau
%OALS alle grote jazzmusici is de Amerikaanse pianist Cecil Taylor iemand die uit veel uiteenlopende invloeden een onmiskenbare eigen stijl heeft opgebouwd. Maar in Taylors spel klinkt, in tegenstelling tot dat van veel van zijn voorgangers en tijdgenoten, niet alleen de hele jazztraditie mee, maar ook een groot deel van de Europese traditie (grofweg: van Chopin tot Stockhausen). Gisteravond, in de grote zaal van /iet concertgebouw, waren het vooral Liszt en Ravel die Taylor duidelijk ravitailleerden: virtuose oktaven- en tertsenpassages, fel ratelend vingerspel, terwijl het ontbreken van een duidelijk melodisch verloop èn Taylors harmonische en ritmische stoutmoedigheid associaties op riepen met Scriabinetudes
HET jazzmatige aan Taylors spel was minder manifest, althans niet in die zin dat even duidelijk uit het werk van bepaalde jazzmusici of uit bepaalde genres was geput. Maar het improvisatorische karakter van zijn spel en vooral de enorme emotionele inzet waarmee hij musiceerde stempelden Taylor’s drie kwartier durend recital tot een onmiskenbare Jazzsolo. Een solo, het enkelvoud is geen vergissing, want het hele recital was gewijd aan de uitvoering van één werk: Carmen with rings. Een stuk dat gebaseerd is op twee motiefjes en dat bestaat uit een min of meer vastgelegde doorwerking, die in dezelfde gedaante voortdurend weer opduikt, en een serie geïmproviseerde variaties; de opbouw is zo ongeveer die van Moussorgky’s Schilderijententoonstelling. Werd die doorwerking op den duur wat monotoon, de in grote spanningsbogen verlopende variaties zaten
voortdurend vol verrassende vondsten. Zelfs het metalige getinkel van de in de eerste minuten gebroken piano-snaar (Taylor is een typisch Amerikaanse virtuoos van het type Van Cliburn) werd ogenblikkelijk op een logische manier in de improvisaties geïntegreerd. VEEL meer valt er na twee maal horen — de besloten uitvoering van hetzelfde werk, maandag in Hilversum, viel trouwens totaal ‘anders uit: Bartökachtig en met veel boogieen blues-ingrediënten — niet over te te zeggen. Het werk is zo rijk dat het eenvoudig nog niet te overzien is. Taylors unieke positie in de jazz (de grootste pianivirtuoos uit de hele geschiedenis van de muziekvorm, de belangrijkste animator van de huidige avant-garde, de meest meeslepende improvisator sinds Parker en Monk) werd overigens ondubbelzinnig bevestigd
door dit optreden, het eerste in Nederland. Voor een zeer slecht bezette zaal, merkwaardig genoeg, die na afloop van het recital een zeldzame combinatie van vermoeidheidsverschijnselen, uitbundig enthousiasme en verbijstering vertoonde. , Dat de rest van het programma wat bleek afstak naast deze gebeurtenis spreekt haast vanzelf. De pinao-solo van Taylor werd omlijst door een optreden van Boys Big Band, in vertrouwde repertoire-stukken en een nieuwe Loevendie-compositie, van de pianiste Judy Roberts — erg vrijblijvend, technisch heel zwak — een gelegenheidscombinatie met een aantal bekende Nederlandse musici en de sax-sectie uit de Big band. Bij de solisten blonk vooral altsaxofonist Piet Noordijk uit; als vanouds. De nieuwe Loevendie-compositie, Taburuh geheten, verdient meer dan alleen maar gesignaleerd te worden; hopelijk is er
binnenkort gelegenheid uitvoeriger op dit werk in te gaan. Zaterdagavond wordt dit programma in de Rotterdamse Doelen herhaald, althans het niet geïmproviseerde gedeelte. M. SCHOUTEN


Ref: gebruikte beeldelementen:
– Foto Cecil Taylor in het Amsterdamse Concertgebouw in 1987 (Pieter Boersma).
– Screenshot van video op Youtube ter gelegenheid van een een manifestatie ter ere van Cecil Taylor in het Whitney Museum in New York, 2016.
– Score (een transcriptie bij benadering, want Taylor behoeft een eigen methode van notatie om de complexiteit weer te geven) van een piano-concert door Cecil Taylor in de zeer technische, en even interessante studie ‘Cecil Taylor: Life As . . .Structure within a free improvisation’ van Kaja Draksler, Trboje, Slovenia, june 2013, p.63.
Hier te downloaden: http://www.kajadraksler.com/Taylor.pdf
– Record sleeve (oktober 1960) “The world of Cecil Taylor” (dimmed in background)… a public version of that record can be listened to via Youtube…


Tot slot nog een toegift over de receptie van Cecil Taylor in Nederland in de vroege zestiger jaren… een interview uit 1962 in het Vrije Volk met Misja Mengelberg door Ben Bunders.

AMSnote6269.07

De vernieuwingen die zich in de jazz aan ‘t voltrekken zijn, volgt hij op de voet. ‘Er is wat betreft de piano een lijn in de jazz te ontdekken-die loopt van Duke Ellington over Thelonirus Monk naar Cecil Taylor. Ellingtons muziek, die aanvankelijk keurig de harmonieleer volgde, begon de opeenvolging van het geluid aan te tasten: klanken of klankgroepen kwamen, geïsoleerd te staan, omringd door stilten.
Bij Monk, met John Coltrane (tenorsax) en Ornette Coleman (altsax), de bekendste vernieuwers van de jazz in deze tijd, is deze ontwikkeling veel duidelijker hoorbaar. Schrille met emotie geladen klanken. verscheuren als kreten de stilte.
Cecil Taylor ten slotte, hier weinig bekend, gaat nog. verder dan Monk in het afbreken van de melodie, zijn aanslag is kort en fel, klanken en klankgroepen staan asymmetrisch ten opzichte van elkaar. (mijn benadrukking tj.)
Zijn gedachten’ aarzelend formulerend, moeilijk pratend, naar. woorden zoekend, probeert hij duidelijk te maken hoe de jazz zich naar zijn mening ontwikkelt.

http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010953679:mpeg21:a0347

Read Full Post »

Oorspronkelijk geplaatst op 30 juli 2013 op mijn Flickr New-tableau site (sinds jaren gecensureerd omdat ik ‘adult material’ zou plaatsen, dus moet je eerst Flickr lid worden en inloggen… hier dus een kopie van de prent en de tekst zonder beperkingen….

AMSnote6239.02

ZINNEPRIKKELING van rotaprent per BAKFIETS tot INTERNET 1964 – 2013

Met een drukpersje dat een kruizing was tussen goedkope offset en precieuze litho was Aat Veldhoen in de vroege jaren zestig begonnen met zijn prachtige tekeningen te vermenigvuldigen: Het Rotaprent Plan. Kunst voor de gewone man. Samen met Robert Jasper Grootveld trok hij in 1964 de binnenstad in naar het Spui om daar zijn rotaprenten publiekelijk voor een habbekrats te verkopen. Daar zaten ook een reeks tekeningen van neukende paren en blote mannen en vrouwen bij. Prompt werd hij gearresteerd en de prenten in beslag genomen: PORNOGRAFIE was het zeiden de autoriteiten.

Het was onder andere prof. mr. W.H. Nagel, die hem verdedigde met de beroemde woorden: ‘WAARTOE HEB IK MIJN ZINNEN, ALS ZE NIET GEPRIKKELD MOGEN WORDEN?’ (maandblad Ratio 1964…nummer ? voeg ik later toe)

De scheidslijn tussen ‘kunst’ en ‘pornografie’ is er een die een ieder persoonlijk trekt en met beiden kan iets mis zijn of hoeft niets mis te zijn.

Er is evenveel geweld verheerlijkende kunst als gewelddadige pornografie. Kilometers van bijbels geïnspireerde lustige slachtpartijen van kinderen en andere onschuldigen en door de klassieken geïnspireerde schendingen en aanrandingen bedekken de muren van onze kathedralen en musea. Dat alles is erfgoed en kunst, maar het kan het ook anders gezien worden.

Het internet is zowel publiek als privé domein en – zoals met ieder nieuw medium – moeten wij leren hoe daar mee om te gaan. Een algemeen porno verbod – via totaal verbod of een filter – is de klok een halve eeuw terugdraaien naar het paternalisme van een staat die destijds probeerde te bepalen wat wel en niet goed voor ons was.

Pornografie is een zeer algemene verzamelterm waaronder evenveel categorieën te vinden zijn als seksuele smaken van mensen. Beelden die vertederend, vernederend, opzwepend of onderrichtend kunnen zijn. Ik heb nergens nog een goed statistisch onderzoek kunnen vinden dat aantoont dat ‘gewelddadige seks’ meer voorkomt dan liefdevolle. Welke staatsbeambte, welke artificiële intelligentie kan het onderscheid maken tussen ‘geweld als spel’ en ‘geweld om het plezier in het pijnigen van een ander’?

Anders dan vijftig jaar geleden hebben wij nu directe interactieve filter middelen waarbij alle bezoekers van porno-sites hun gemotiveerde des-apreciatie kunnen uiten en waarbij providers daarmee rekening kunnen houden. Dat is een minder autoritaire weg, die zelf-opvoedend werkt en die sturing geeft, ook aan de commercie.

WAARTOE HEB IK MIJN ZINNEN ALS IK NIET KAN ZEGGEN DAT IK ERGENS GEEN ZIN IN HEB OF IETS MIJ NIET ZINT?

Read Full Post »

Amsterdamse raad ‘in geheim’ bijeen” (over de nieuw te benoemen burgermeester) lees ik net in Het Parool, zo gaat dat bij ons in democratisch Nederland en terecht! Een regent die kun je niet kiezen… zulk een benoeming gaat alleen maar als het binnenskamers ‘bekokstoofd’ wordt. Onze democratisch verkozen vertegenwoordigers komen vanavond in het geheim bij elkaar en volvoeren dan een ceremonieel dat niet zou misstaan in de congregatie van geheimzinnig doende  organisaties als de Vrijmetselaars. Coöptatie democratie dus, de kiezer stemt alleen in een stemhokje en de verkozenen gaan vervolgens binnenskamers, om belangrijke beslissingen gaar te stomen voor het daarop volgend ceremonieel van het ‘publieke debat’. Er is een term voor dit bijkans universele verschijnsel: ‘publieke samenzwering’. Wij zijn er aan gewend, wij weten niet beter, wij accepteren bij voorbaat dat het er zo aan toegaat. Onze volksvertegenwoordigers zweren – door ons gemandateerd – samen. Zo is nu eenmaal ‘het politiek bedrijf’. In het geval van een “door de kroon benoemde” burgermeester is er inmiddels een ‘vertrouwensspel’ in zwang gekomen, dat heel ‘publiek’ in het dagblad Het Parool beschreven staat (*). De burgers van deze stad komen er niet aan te pas, hoe kan het ook anders? Welk kind kiest zijn of haar eigen vader of moeder? Wij stadsburgers zijn immers niet anders dan onmondige kinderen?

Gisteren kwam ik bij een onderzoek bij het IISG, teruggravend tot in de zestiger jaren, een pamfletje tegen over hetzelfde Amsterdam in andere tijden waar het ging over het ontberen van ‘demonstratievrijheid’ en op datzelfde pamfletje stond ook de eis voor een “gekozen burgermeester”. Dat was in de tijd dat iedereen nog onverbloemd wist te spreken over ‘regentenmentaliteit’, waar vandaag een waas van overmatige communicatie ons vrijwel blind heeft gemaakt voor de grote mate van continuïteit van het systeem van macht.


De keerzijde van dit pamflet met de ondertekenaars, is interessant, omdat een deel van de genoemde socialistisch georiënteerde organisaties (ANJV, OPSJ gelieerd aan de Communistische Partij; FJG aan de PvdA) waarvan meerdere leden later tot in hoge regionen van diverse politieke partijen gestegen zijn, het in bijna een halve eeuw toch niet voor elkaar hebben kunnen krijgen om dat van de “gekozen burgermeester” ook echt voor elkaar te boksen.


Ik heb hier nog een schets voor een verkiezingsaffiche liggen die laat zien hoe het er in de Regentenstaat der Nederlanden aan toe gaat, een ontwerp dat  jammer genoeg altijd actueel blijft…

=====
(*) Dit is de beschrijving van ‘democratie ten voete uit’ in het Parool van 23 juni 2010 11:23 uur

“AMSTERDAM – Amsterdamse gemeenteraadsleden hebben per sms een oproep gekregen om woensdagavond naar de Stopera te komen. Het moest geheim blijven, maar daar vindt om half acht een raadsvergadering plaats. Enig agendapunt: de voordracht van een nieuwe burgemeester.

Bij aanvang van de vergadering krijgen de raadsleden de voordracht onder ogen van de ‘vertrouwenscommissie’, waarin alle fracties met één lid zijn vertegenwoordigd.

Tot nog toe bekende kandidaten zijn Eberhardt van der Laan, Roger van Boxtel en Annemarie Jorritsma. De voordracht bevat in principe twee namen, waarbij als het aan de commissie ligt de nummer één Job Cohen opvolgt. Vervolgens volgt een schorsing van onbepaalde tijd, waarin de fracties apart vergaderen over de voordracht: steunen ze die of proberen ze de nummer twee naar voren te schuiven?

De raadsvergadering wordt hervat met een geheime, schriftelijke stemming. De uitslag wordt gemeld aan de commissaris van de koningin en de twee kandidaten. Daarna maakt de gemeente officieel bekend wie kandidaat nummer één is.

Die kandidaat wordt bij het kabinet voorgedragen voor benoeming. De hoop is dat het kabinet volgende week de voordracht bekrachtigt. Dan kan de nieuwe burgemeester 7 juli in de raad geïnstalleerd worden.? (HET PAROOL)

23-06-10 11:2″

Read Full Post »

New years day is a nice day for launching new things… so today I had the honor and pleasure to launch the new web blog of Luud Schimmelpennink and his Y-tech crew: WITPLAN

A screenshot of the new web blog; click image to go there...

Read Full Post »

“Minutieus in de gaten gehouden vanaf zijn negentiende. De inmiddels 66-jarige Roel van Duijn – ex-Provo, ex-Kabouter, ex-politicus en tegenwoordig liefdesverdrietconsulent– kwam er vorige week achter. Hij kreeg, op eigen verzoek, een pakket van de inlichtingendienst AIVD (voorheen Binnenlandse Veiligheidsdienst). Het bevatte zijn BVD-dossier van 1962 tot 1982. Maar niet het complete dossier, slechts een deel.” Is in de dagblad Trouw van 28 juli 2009 te lezen onder de krantenkop: “DE BVD LUISTERDE ECHT MEE.”

Van Duijn zegt geschokt te zijn, iets wat mij verbaast van iemand die toch op zijn minst de biografieën van Bakunin, Kropotkin en Domela Nieuwenhuis kent. Iedere politieke activist – al was het maar uit misplaatste ijdelheid – weet of waant zich onder oor en oog van Big Brother. Zo weet ik mij nog te herinneren dat in het begin van de zeventiger jaren de telefoon in het Amsterdamse pand Keizersstraat 2A waar de Aktiegroep Nieuwmarkt en de voortzetting van de Provodrukkerij zetelden, ondanks niet betalen van de PTT rekening,  niet afgesloten werd omdat de overheid die nuttige bron van informatie toch niet graag wilde missen…

Inlichtingendiensten waren en zijn altijd aanwezige spelers op het veld van de geschiedenis. Iedereen die macht neemt of toebedeeld krijgt wil de andere spelers op het veld en hun plannen kennen. Onderzoek en observatie zijn daartoe geeigende middelen. Passief door documentatie van publieke bronnen en administratieve gegevens (die enkel formeel privé blijken te zijn). Actief door aanwezig te zijn bij gebeurtenissen, waarbij al gauw de taakgrenzen tussen observant, infiltrant, participant en provocateur vervagen. Wat van Duijn aanmerkt als ‘abberatie’, is de reguliere staatspraktijk en die begreep en begrijpt niets van de ‘openbare samenzweringen’ van sociale bewegingen als Provo en Kabouter.
Links een huiskamerbijeenkomst van Provo met Rens ..., Rob Stolk, (?), Janhuib Blans en Luud Schimmelpennink. Rechts de provokelder aan de OZ Achterburgwal 119 (huis van Peter Schat en Marina Schapers) met herkenbaar in beeld Tom Bouwman en Koosje Koster.

Links een huiskamerbijeenkomst van Provo met Rens van Halem (achternaam kan ik me in vergissen, hij was actief in Zaandam bij de ‘Barst’ groep), Rob Stolk, Peter Bronkhorst (nog keurig met das althans volgens Luud Schinnelpennink is het Bronkhorst), Janhuib Blans en Luud Schimmelpennink. Het huis is mogelijk in de Jordaan, Karthuizerstraat 14. Rechts de provokelder aan de OZ Achterburgwal 119 (huis van Peter Schat en Marina Schapers) met herkenbaar in beeld Tom Bouwman en Koosje Koster. (de rechtse foto is van Cor Jaring die  tot hoffotograaf van de Provobeweging uitgroeide).
Click picture for full size view + is extra big view.

Anders dan de praktijk van politieke partijen, van binnenkamer-overleg tot een min of meer geheim stelsel van partijcellen, was de provobeweging een niet geformaliseerde groep met wisselende deelnemers rond een kern van activisten met een wild-clubhuis als  verzamelpunt (provokeldertjes en later de provoboot). Ook al werd er – zoals bij al het menselijk contact – soms iets ‘en-petit comité’ in café, huiskamer of bed besproken, binnen de kortst mogelijke keren was het toch bekend omdat iemand zijn mond voorbijpraatte en ook niemand zich echt gebonden voelde aan geheimhouding in naam van deze of gene ‘partij’ of ‘grootse idealen’.  ‘Openbare samenzweringen’ dat was het kenmerkende van deze bewegingen, daar lag hun kracht, die daardoor ook een onbedoeld democratisch karakter had (hoe anders gesteld was het me de trotskistische, maoistische en andere marxistisch-leninistische groepjes in Nederland in die jaren, daar kon echt ouderwets geinfiltreerd worden door de BVD). Weinigen namen de moeite om interne tegenstellingen – die zijn er altijd – binnenskamers te houden en een blije wanorde en rommeligheid maakte dat niet alles wat onderling werd afgesproken ook volgens plan uitgevoerd werd. Dat laatste tot wanhoop van de rijksinfiltrant die bij weer een foute melding zijn bedrijfswaarde aangetast zag.

‘Openbare samenzwering’ moet natuurlijk niet geheel letterlijk genomen worden, zo werd de identiteit van de schrijver van wat toen ‘De Subversieve Brief’ genoemd werd niet onthuld. In deze brief gepubliceerd in het tijdschrift Provo – voor wie de archieven  kent het is eigenlijk een briefkaart – wordt de vernielzuchtige stedebouwpraktijk in de Amsterdmase binnenstad aan de kaak gesteld en onder meer opgeroepen de IJtunnel (toen in aanbouw) op te blazen. Ook waren er contacten met de Spaanse anti-Franco groep ‘Primo Magio’, een groepering die heden ten dage als potentieel terroristisch aangemerkt zou worden en bezochten enkele Amsterdamse provo’s de burelen van de Italiaanse uitgever Feltrinelli, die een paar jaar later op mysterieuse wijze omkwam (of liever dood gevonden werd) bij een electriciteitsmast even buiten Milaan die hij naar verluid zou hebben willen opblazen met springstof. Ik vraag mij af of deze gegevens ook in de BVD dossiers met betrekking tot deelnemers aan de provobeweging te vinden zijn.

Het eerste nummer van het tijdschrift Provo (als ik het me goed herinner kan ook het tweede zijn) had bij een artikel over bevrijdend geweld een ingeplakt kinderpistool-klappertje en daarmee werd de geweldadige geaardheid van de beweging effectief gesymboliseerd. Er is nog wel een klein hoekje uit het standbeeld van Generaal Van Heutz (de koloniale slager van Atjeh) afgeblazen met een huisgemaakt projectiel, een jongensachtige vuurwerkgrap, niet enkel om de knal, maar met een politieke lading.  En dan waren er de rookbommen bij het koniklijk huwelijk van Beatrix en Claus en ja, dat hadden net zo goed echte bommen kunnen zijn en nee het was er de tijd niet naar… Toch eens nakijken of deze foto (rook)bommakers in Hollandse stijl voor of na het huwelijk gemaakt en gepubliceerd zijn. De onderstaande beelden waren al snel publiek toegankelijk en bewijzen hoe weinig samenzweerderig het protest uit die jaren was en hoe futiel al de moeite van inlichtingendiensten als de BVD. Als er al een doel was bij Provo dan was het ‘de spelende mens’ Homo Ludens en in dan in de zin van Huizinga’s oorspronkelijke studie uit 1938 (*), spel als doel in zichzelf, een handeling waarbij doel en middel niet geschiden kunnen worden: “Het kind en het dier spelen, omdat zij er lust in hebben, en daarin ligt hun vrijheid.”

Peter Bronkhorst en Rob Stolk bij het maken van rookbommen ter opluistering van huwelijk van Betarix en Claus gefotografeerd door Cor Jaring. Midden de rookbommen en de koniklijke koets in de Raadhuisstraat (fotograaf onbekend volgens mijn archiefbron). Rechts het echtpaar dat de wereldbekende foto van koets met rookbom mogelijk maakte, de rookbomgooiers gefotografeerd door Koen Wessing (nog eens  hun naam opzoeken).

Peter Bronkhorst en Rob Stolk bij het maken van rookbommen ter opluistering van huwelijk van Betarix en Claus gefotografeerd door Cor Jaring. Midden de rookbommen en de koniklijke koets in de Raadhuisstraat (fotograaf onbekend volgens mijn archiefbron). Rechts het echtpaar Jaap en Lia Zander dat de wereldbekende foto van koets met rookbom mogelijk maakte gefotografeerd door
Koen Wessing. Zij gingen er twee weken voor de cel in na twee jaar procederen. De rookbom die zij gooiden was de meest effectieve die midden in de stoet belandde. Deze daad wordt meestal aan kernfiguren van provo toegeschreven, met name aan Peter Bronkhorst. Het Historisch Dagblad heeft een aardig stukje hierover op het Internet staan. (**)
Click picture for full size view + is extra big view

Het karakter van de Kabouterbeweging en Oranje Vrijstaat is niet geheel aan dat van de provobeweging gelijk te stellen, maar daarover bij een andere gelegenheid.

 

(*) Enkele citaten uit Huizinga’s boek zijn te vinden op mijn web pagina over situationisten, avontuur, spel en verveling.
(**) Historisch Dagblad
“Rookbom kwam niet van Provo”  door Sandra Evers en Janno Lanjouw.

Read Full Post »

a composite photograph of what became a remarkable event in its time

a composite photograph of what became a remarkable event in its time; click picture for full size view

I was not a part of this “crowd” at that time, and can identify only a few of the people by name:
-first row after Phil Bloom: (?), Johnny van Doorn, Simon Vinkenoog, (?);
-second row idem: (?). (?). (?), Reineke Vinkenoog, (?), (?).

Some more names and reminiscences would be nice…

A picture showing many people of the VPRO Hoepla crew can be found in several archives, but as far as I know all the names have not been kept for posterity. Such pictures are rather rare and even the website of the photographer Cor Jaring lists only the obvious ‘happy few’ in the crowd. I managed to catch somewhere a reasonable resolution copy of the picture and have nicely numbered all the people (one person is hiding behind a pillar). As the blog software does not allow to insert a special zooming software page. I will make a link to my archive-website. Finding out more names (and of course what their role was) would be nice. My impression is that the equalitarian mood of the time allowed for the porter and the coffee ladies to be included as well … would be nice to reintroduce such a habit again. Click the picture below to go to the external link…

HoeplaStatieFotoJaring

Read Full Post »


PhilBloomBoat1967

This photograph shows Phil Bloom in a less known setting, a boat, possibly moored in some waterway in the Dutch town of Dordrecht, whereby the date seems to be October 29, 1967. It is 1967 for sure as the man with the “artistic” small scarf around his next to the right of Phil Bloom is Matthijs van Heijningen with whom I shared in those days the small office space in the Sigma Center in Amsterdam on the Kloveniersbugrwal (Matthijs is a movie producer now). As far as I remember Matthijs – who was married with Roos at that time  – was charmed very much of Phil and if I am right they ended up living together for some time later on. Also on the forehead in the left under corner one sees a person with a sticker on his/her forehead that reads “Johnson voor het Tribunaal”, which point to Lyndon B. Johnson American president who was accused of war crimes by peace and left activists of that time. It is just after the world wide (Western world to be precise) ‘flower power’ summer of 1967, so the body painting confirms that. Now I was not there, but my guess is that this ‘happening’ must have been an initiative of the Dordrecht Provo-movment of that time, with one of its activist being Joop Wilhelmus. They were publishing a magazine called Gnot for which Pieter Boersma and me once made a small photograph reportage of a ‘continuous drawing’ system, including drawings in the snow and on – also – a naked lady, being Saar Stolk. This was the time of us male “sexists” being dressed ourselves while painting on nude ladies (though there was in the same time a Japanese artist Yayoi Kusama who was painting colorful dots everywhere including on men who agreed to strip naked in public, as happened during some show of her in the Netherlands with the far from macho body of – if  I remember it correctly – Jan van Schoonhoven/Nul-groep).

— interlude Jan van Schoonhoven – – –
I just did a a quick search and here we are into the power of  Boolean logick combined with modern computers through smart indexing techniques… out comes a nice text in PDF format with this quotation on Jan van Schoonhoven:
“Who was this man, who one day spontaneously let world-famous Japanese artist Yayoi Kusama paint his nude body with Polka dots to appear the next day neatly dressed at the office?”
source is “HOW JAN SCHOONHOVEN – THROUGH AN ACT OF FAITH – BECAME A FAMOUS ARTIST.”

A bit more of research just for my personal ‘divertimento’. The catalogue of the exhibtion “Actie, werkelijkheid en fictie in de kunst van de jaren ’60 in Nederland” (action, reality and fiction in the art of the sixties in the Netherlands), Museum Boymans van Beuningen Rotterdam, 1979/1980, has a short description on the Yayoi Kusama & Henk Peeters artistic exchange. The event took place in Delft in the Novum Jazz Society and was a celebration of a price Jan van Schoonhoven did get at Biennale of Sao Paulo (1967) with an exhibition of his work in the Gemeente Museum Teh Hague and the Ortiz Gallery in the same town. Afterwards a party was thrown in the nearby town of Delft. Yaoi Kusama is one of the guests and she performs her trade mark happening of that time: painting fluorescent color dots on male bodies. Jan van Schoonhoven undresses almost completely (leaving his socks on – the well known male flaw of making one self look ridiculous) . Some younger men only bare their chests or keep as a last resort their  white (Tilanus) panties on. The first picture on the left is by ‘Fotobureau Den Haan’, photographs two and three are by my friend Pieter Boersma and one can see that the event has been filmed as well. The last photograph came up in a search of the Spaarnestad Photo Archive (photographer Theo van Houts) and has an apparent wrong caption, it identifies the ;wild man’ dancing with Yayoi as Jan van Schoonhoven, who has – as e can see in picture one – a complete different posture.
There are two press articles related to this event which I need to delve from some archive yet: Betty van Garel in the Haagse Post (11/111/67) “De bandeloze liefde van Kusama”  (The boundless love of Kusama; and A. Wagenaar in Vrij nederland (2/12/67) “Yayoi en de blote mannen” (Yayoi and the naked men).
KusamaSchoonhovenDelft671103
— end of interlude —

My guess is that Joop Wilhelmus is also somewhere in this picture (is the fourth person from the left with the blond curly hair?) Joop did get very fat later so I am hesitating here. He was the founder of one of the first no style sixties sex-magazines called “Chick” and maybe one of the other ladies has been involved in that emancipatory project also. It was almost half a decade later that the Dutch feminist movement started to demonstrate against porn (with some actions involving public burning of porn magazines).

The picture has been made press photographer Dick Coersen (ANP, the main Dutch Press Photo Agency in those days). I could find little information about Coersen apart from the fact that he has held this profession for several decades and has been w while the chairman of the association of Dutch press photographers.

This photograph has hardly been documented though it is an entry point to several personal stories that met for that one odd moment in autumn 1967. What was the ceremony with the candles? How does flower power relate to the anti-Vietnam war actions of that time? This last question I know something about because I remember some pamphlets by the Action group Vietnam in which the Amsterdam family Hofman (Hans and Tini) was very active that also had in these months simple drawings of peace signs and flowers.

Any information will be welcome ….

———-
An answer came in through a Facebook posting I did from the person who is the central focus of this photograph: Phil Bloom… it is a set photograph during the making of a movie “Professor Columbus”, directed by Rainer Erler, written by Rainer Erler and Guido Baumann and poduced by Rob Hauer. It was a German production, released in May 1968 in Germany and in the Fall of 1969 in the Netherlands whereby tow Dutch titels are mentioned: “Alle hens aan dek” (All hands on deck) or “Laten we lief zijn voor elkaar” (Let’s be nice (give love) to each other). Knowing this it was easy to find refrences in the on-line information sources on movies. So this is one of the summaries of the plot:

“A scholarly library researcher inherits a steamship from a distant relative. The mild-mannered man is compelled to sail away to fulfill his lifelong dream of adventure on the open seas. He arrives at the boat to find it is being inhabited by a group of hippies. He and the psychedelically inspired crew set sail for a mythical port of paradise in this only slightly amusing comedy.”

and this more extensive viewer’s account:

“‘Professor Columbus’ is an old librarian, played by German movie veteran Rudolf Platte, who just wants to go to the sea once in his lifetime. So he buys a big ship and takes a boat trip across the North Sea to London, accompanied by a bunch of stoned hippies and chased by the police.When you read this short description, you might guess that this German movie was filmed back in 1968. There is no real plot at all, but it’s rather a collection of slapstick and improvised scenes. The main focus of this early film by German seventies cult director Rainer Erler (“Das blaue Palais”, “Fleisch”) was to show what’s possible beyond the limits of a conservative society – a typical topic of the late sixties like film experiments, mind expansion via drugs, sex, inner journeys, happenings, etc.In that relation, this movie might be an interesting example to watch (especially a really weird hippie drug orgy on the boat), but otherwise you will get bored soon after a few minutes. Watch out for Dutch actor Jeroen Krabbé (“The Fourth Man”, “The Living Daylights”, “The Fugitive”) in one of his early roles, and for Dutch actress Ankie van Amstel as a bare-breasted, carnaby-street-like dressed girl digging coal into the boat’s steam engines. Unbelievable!!”

The movie flops and is not something that is proudly presented by those involved. The Dutch Wikipedia page of producer Rob Hauer does not even list this production of him. From a historical viewpoint I am still curious to see it once, to study the representation in its time of the phenomenon of “hippies” and “flower power”. As such it fits in a further interest, which is the commercialization of hippies and flower power – as its original impetus was anti-commercial. Recuperation can not be escaped that is for sure…

Something more about related boats in those times …
One of the original inspiration sources for the “Professor Columbus” movie must have been the provo-boat, bought by Hans Tuynman end 1966 (or was it beginning of 1967) a core figure of the Amsterdam provo movement, who had been imprisoned for  two months and wrote a book on this experience and his experience as an activist in the Provo movment. The book called “Full-Time Provo” was published by the lietray publishing house ‘De Bezige Bij’ and had a reasonable success (a few editions saw the light). From the money eraned with the book Hans Tuynman bought an old river freight ship which was moored near the Haarlemmerstraat in Amsterdam and soon became the new headquarters of the provo movement. It is said that another Provo, Duco van Weerlee, who published at the same publishing house a booklet under the title “Wat de provo’s willen” (what the provos want) also helped with his his author earningswith the buying of the boat.

Aseries of pictures of the Amsterdam Provoboot "De Witte Neger" which was mostly parked next to a lock at the Korte Prinsengracht next to the Haarlemmerstraat. The name was taken from the African art gallery of Tom Bouman "De Witte Neger" on the same spot in a cellar that also functioned as a rallying point for the provo movement (provokelder). There have been some hostile actions against the boat and its inhabitants with one incident whereby the ship hatches were thrown in the water. Luud Schimmelpennink who had diving equipment managed to salvage them.

A series of pictures of the Amsterdam Provoboot "De Witte Neger" which was mostly parked next to a lock at the Korte Prinsengracht close to the Haarlemmerstraat. The name was taken from the African art gallery of Tom Bouman "De Witte Neger" on the same spot in a cellar of one of the houses at the lock that also functioned as a rallying point for the provo movement (provokelder). There have been some hostile actions against the boat and its inhabitants with one incident whereby the ship hatches were thrown in the water. Luud Schimmelpennink who had diving equipment managed to salvage them.

A few years later yet another hippie-boat theme movie also related to the Netherlands saw the light” “Sweet Movie” by the Yugoslav director Dusan Makavejev released in 1974, described as a “taboo-busting” and “art house” movie combining the sexual with the political. It uses action-art elements and non-scripted imrpovised parts involving people from the Austrian commune started by Otto Muehl with their “Selbestdarstellung durch Materialaktion” (self-realisation through material action). I remember the movies of Muehl and other members of what was at that time the group ‘Wiener Aktionismus’, with Hermann Nitsch (Das Orgie und Mysterie Theater, katharsis like enactments involving slaughtered animals and naked bodies), Günther Brus (the most artistic and painterly of the group), Kurt Kren (mostly an experimental filmmaker) and happeninsg artists and photographer Rudolf Schwarzkogler (who is sen by many as the most original creator of this radical and provocative artist group).

A selection from small size bad quality p[ictures related to "Sweet Movie" of Makajevev that can be found on-line

A selection from small size bad quality pictures related to "Sweet Movie" of Makajevev that can be (still) found on-line.

Read Full Post »