Feeds:
Posts
Comments

Archive for the ‘in memoriam’ Category

tt44_Adje-Leeflang_in-memoriam_201812.jpg

68 is Adje geworden. Dat was ook het jaar in de vorige eeuw dat ik Adje leerde kennen. Hij behoorde tot de groep van ‘openbare samenzweerders’ waaruit in december 1968 het Woningburo de Kraker ontstond. Samenzweringen in een het keldertje in van het Diogenes pandje Koestraat 7 in de Bethaniënbuurt, die op de vrijdagavonden openbaar werden voortgezet in Koffiehuis Jan Bisschop, om de hoek op de Kloveniersburgwal. Boven het keldertje woonde de beeldhouwer en restaurateur Hans ’t Mannetje, oprichter van wat toen in 1967 nieuw was, een buurtactieblad, Het Geïllustreerd Bethaniënnieuws.  Het blad was een protest tegen het eerste bestemmingsplan voor de Amsterdamse binnenstad (gebaseerd op de vernieuwde wet op de Ruimtelijke ordening) waarbij niet enkel de bebouwing stevig ‘uitgekernd’ zou worden, maar ook het sociale karakter van de buurt geheel dreigde te veranderen, van een gemengd wijkje met een breed scala aan inkomensgroepen en beroepen tot een ‘beparkt’ elitewijkje voor de betere burgerklasse.

Het moge niet gebruikelijk zijn bij het schrijven van een ‘in memoriam’, maar ik doe het toch, een opsomming van namen van hen die ik mij herinner uit de oergeschiedenis van de moderne kraakbeweging: Rob en Saar Stolk, Lou van Nimwegen (ex provo’s die de vrijheid van drukpers konden beoefenen omdat ze er zelf een hadden); Tom Bouman (ex-journalist bij Het Parool die zich aangesloten had bij één van zijn journalistieke onderwerpen, de provobeweging); Robert Hartzema en vriendin Carolien van Eelen (Robert, een kunstgeschiedenisstudent betrokken bij wat toen nog in een ludiek stadium verkeerde, de kunstenaarsgroep Internationaal Instituut voor de Herscholing van Kunstenaars (met Dibbets, Van Elk en Lucassen); Pieter Boersma (fotograaf van acties op de grens van kunst en politiek); Otto Schuurman (student Filmacademie die een Volkswagenbusje had en de logistiek verzorgde), Ruud Strietman (student Academie voor Bouwkunst en initiatiefnemer van een beroemde kraakactie – nog voordat dat woord gebruikt werd – in 1963 in de Generaal Vetterstraat); Gerard van den Berg (werkloos timmerman en radencommunist die ons historisch bewustzijn probeerde aan te praten); Pieter Niers en Hans Elzinga (psychologie studenten, waarbij Hans ook uitgever van een cultureel underground blaadje was, Psy-In); Josien Eissen en haar zoontje van twee Michiel (mijn later vriendin, bij haar toenmalige vriend weg, wilde op zichzelf gaan wonen); ikzelf een aan kunsthandel en galeriewezen ontsnapte straatkunstenaar die als beroep opgaf ‘cultureel coördinator’). De opsomming is incompleet maar brengt de sociale mengelmoes in herinnering waaruit de kraakbeweging ontstond. Wij gingen een verbinding aan die zoveel in beweging deed zetten.

Adje behoorde in deze groep tot de studentenfractie, met de N.V. Prolurk als het verbindend imago van een groepje studenten aan de Universiteit van Amsterdam (met onder meer Hans Elzinga en Pieter Kuyper). Zij wilden niet ‘de maatschappij’ maar hun eigen ‘dagelijkse leven’ veranderen. Belabberde woonruimte, woningnood, was zo’n punt dat niet op de agenda van revolutie predikende studentenorganisaties als ASVA en SVB stond. Organisaties nog ouderwets gebaseerd op lidmaatschap met enkel stemrecht voor hen die “een census van ƒ19,50” betalen, zo staat in een pamflet uit die tijd van de N.V. Prolurk te lezen. Het pamflet – dat dateer van 6 februari 1969 – zegt te spreken namen het “studentenproletariaat” en stelt dat de (tot doel in zichzelf geworden) studentenorganisaties er naar moeten streven zichzelf overbodig te maken:

“SVB, NSA, PSO enz. worden ontbonden wegens verregaande overbodigheid.”

Die overbodigheid wordt in de daaropvolgende periode manifest. Universiteiten worden door ministeriële beschikkingen gereorganiseerd wat een stroomlijning van het bestuursapparaat inhoudt waarbij efficiency het wint van democratie. Studentenorganisaties stellen zich te weer, gaan in overleg, overleg dat niets oplevert. Het beeld van de Franse opstand uit 1968 staat een ieder nog voor ogen. Bezetting van de universiteit is op de lippen. De ASVA (Algemene Studenten Vereniging Amsterdam), doet wat pogingen om tot bezetting van het bestuurscentrum, het Maagdenhuis, te komen, maar ziet er bij de minste tekenen van inzet van politie vanaf. Nieuwe losse verbanden van studenten, scholieren en werkende jongeren stellen uiteindelijk de daad, ‘directe actie’, bezetting van het Maagdenhuis mei 1969. Voorzitter Johan Middendorp van de ASVA is “verbaasd” als hij van de geslaagde actie hoort en spoed zich naar het Maagdenhuis, zoals Lenin in 1917 in allerijl van Zürich naar Sint Petersburg de trein nam nadat de machtsovername al een feit was.

SFA001007724

20 mei 1969. Ed van Thijn op de rug gezien, pleegt ruggespraak met drie bezetters van het Maagdenhuis. In het midden Johan Middendorp voorziter van studentenvereniging ASVA, rechts Adje…

Ook Adje en Rob Stolk zijn bij de bezetting betrokken, Rob neemt met een aantal andere ‘typografen’ de huisdrukkerij van het Maagdenhuis over… een stroom van pamfletten is het resultaat. Er is een foto (gedateerd 20 mei 1969 van de hand van Ed van der Elsken) waarop Adje te zien is in het raam van het Maagdenhuis samen met ASVA voorzitter Middendorp, plus nog een andere bezetter waarvan ik de naam niet ken. Zij spreken met Ed van Thijn (toen 2e kamerlid PvdA), die op straat staand, zegt te komen onderhandelen over het opgeven van de bezetting (zeker niet zijn solidariteit komt betuigen). Wat er daar besproken is weten we enkel van horen zeggen. Geen bandrecorder in de buurt, laat staan al die videocamera’s die we nu hebben. Zeker is dat Middendorp, die verslag doet aan de algemene vergadering van de bezetters, maar ten dele verslag doet van wat er bij dit ‘raamgesprek’ gezegd is. Onder druk van de studentenbonzen zwichten de bezetters voor dreiging met staatsgeweld. Wel wordt er passieve weerstand geboden en worden alle bezetters stuk voor stuk het Maagdenhuis uitgesleept door politie en marechaussee. De studentenbezetters komen er met een boete maar zonder strafblad vanaf (de autoriteiten zijn beducht voor een te groot aantal geknakte studentencarrières), de niet studenten uit alle maatschappelijke geledingen (typisten, kantoor- en magazijnbedienden, kunstenaars, huisvrouwen, bouwvakkers, werklozen) worden minder coulant behandeld. Rob Stolk is trouwens de enige die een gevangenisstraf moet uitzitten omdat hij consequent weigert deemoedig in de rechtbank te verschijnen of de hem opgelegde boete te betalen.

Vanuit onze groep, waarin ook Adje zat, werd nog tijdens de Maagdenhuisbezetting een pamflet opgesteld aan de bezetters, waarbij – in de trant van die tijd – een hele tris namen van min of meer imaginaire organisaties stond: “federatie van onafhankelijke vakgroepen, drukkersbelangengroep, woningburo de kraker, gedecentraliseerde filmgroep, vrienden van het onafhankelijke lied.”
De tekst ging wel wat verder als een roep om meer inspraak zoals in de meeste pamfletten van de inmiddels door de studenten-vakbondsbonzen gecontroleerde bezettingsactie, zo lees ik (in de database van Amsterdamse pamfletten van Frans Panholzer gedateerd op 18 mei 1969) deze samenvatting:

“Wij zijn solidair met jullie bezettingsaktie, omdat iedere bezetting ontkenning van bezit is. Hoed je voor studenten-vakbondsbonzen, die deze aktie alleen misbruiken om tot een betere onderhandelingspositie te komen met de marionetten van de machthebbers. Zij maken deze aktie tot díe vernieuwing, die het sisteem nodig heeft om de bestaande verhoudingen te kontinueren. Bevrijdt je uit dit isolement. Bevrijdt je van de door de (studenten)pers opgedrongen leiders, van je privileges als student. Praat niet over het haalbare binnen het sisteem: verwerp het sisteem. Houdt de macht aan jezelf, vorm je eigen aktie-komitees. Delegeer niet, maar diskussieer en kommuniseer. Ken de Algemene Vergadering geen beslissingsrecht en beslissingsmacht toe, maar laat de algemene vergadering een voortdurende konfrontatie van ideeën zijn.”

Het is een tekst die wij – zoals meestal in die tijd –  collectief geschreven hebben, een tekst die in weinig geschiedbeschrijvingen van het jaar 1969 aangehaald wordt. Het ademt vooral de geest van de radicale bezettingscomités in Frankrijk, zoals die van het Comité Permanente de l’Occupation de Sorbonne in mei juni 1968, waarbij compromisloze ‘situationisten’ van zich deden spreken. Wij zijn ons bewust van dat wat in het Franse politieke jargon ‘récuperation politique’ heet, de kaping, omdraaiing, verdraaiing tot in het tegendeel… ‘inkapseling’ is het Nederlandse woord hiervoor.

Aldus geschiedde. Tegen straatdemonstranten en Maagdenhuis-sit-in-bezetters werden knuppels, traangas, arrestantenwagens en gerechtelijke vervolgingen ingezet. Dit leverde voor hen, die in opstand kwamen, buiten grote frustratie niet meer op dan een soort tandeloze inspraak van studenten bij het universiteitsbestuur.

Niet veel later zijn wij verbonden door het ‘imago’ van Woningburo de Kraker weer actief en dan met een bezettingsactie direct ten behoeve van onszelf, want dat is de basis idee en kracht van de kraakbeweging: LOS JE EIGEN WONINGNOOD OP!

De bezettingsactie is in de Damstraat, verdiepingen van een pand boven een bakkerij waarvan de woningen aan de woningvoorraad onttrokken zijn ten behoeve van de uitbreiding van een hotel. Je zou anno 2018 zeggen dat deze actie waarbij woningnood en toeristenindustrie als verband houdende begrippen aan de orde komen, bijkans visionair is. Ik geef hieronder het hele pamflet in facsimile weer en je leest hoe ook de onderdrukking van het verzet van de Maagdenhuisbezetting er nog in doorklinkt. Eerst echter de gehele foto die in het tableau voor Adje verwerkt is. Opname van Pieter Boersma en een aparte foto van een handgeschreven manifest op de voordeur van de opgang naar de bovenwoningen [klik op foto’s voor een grotere versie].

De kraak in de Damstraat was niet de eerste actie van Woningburo de Kraker, de eerste was in de Nieuwmarktbuurt op 21 december 1968 het waren de bovenverdiepingen van het pandje Keizersstraat 1, waar toen een kapper zat. Die actie werd nog voorbereid in de kantine van de Academie voor Bouwkunst aan het Waterlooplein. De actie mislukte, zo ook de volgende poging in de Dapperbuurt in de Van Zesenstraat, de daaropvolgende begin februari 1969 in de zelfde buurt, Wijttenbachstraat, was wel succesvol en hield stand tot oktober 1969. Samen met filmacademie student Ruud Schuitemaker maakte ik over die actie destijdss een radio-documentaire voor het jongeren-programma Sjook van Theo Stokkink. Die documentaire kan on-line beluisterd worden…  De eerste stem die je hoort is die van Tom Bouman die de tekst van Provo’s Witte Huizenplan voorleest.

PBA 1263-30-07-'69

Op het balkonnetje boven van links naar rechts: Pieter Kuyper, Adje Leefland, Rob Stolk, Carolien.., Pieter Niers. In het raam verdieping eronder het zusje van Saar Stolk Hennie met …. ik weet het niet meer, volgens Saar Stolk is het misschien Tanja Bodijn. Links onder op de rug gezien Josien Eissens. Adje – op het balkonnetje – houdt een hijstouw vast.

PBA 1263-4-07-'69

x

Het pamflet van de Damstraat bezettingsactie

Fpam_1969_05_18_02_Zimmer-mit_Frühstück

=============
Het is deze terugblik op een halve eeuw terug, die kan verduidelijken wat mij met Adje verbindt in het heden, die doet begrijpen hoe gelukkig het mij maakte om in de afgelopen twee jaar Adje weer regelmatig te zien en te spreken. Wij waren elkaar sinds het midden van de zeventiger jaren half uit het oog verloren nadat we nog tijdens de acties in de Nieuwmarktbuurt enkele jaren gezamenlijk aan het maken van publicaties, zoals het Amsterdams Weekblad, gewerkt hadden.
Nu waren Adje en zijn vouw Anneke (46 jaar bij elkaar) betrokken bij het verwerken van het archief van een gezamenlijke vriend, de architect Dik Tuijnman (1937-2016). Dik kan als kampioen ‘onorde’ aangemerkt worden, dus het was niet met een paar dagen hand en spandiensten te regelen. In zijn woning kwamen we met een groepje van vrienden van Dik Tuijnman regelmatig samen om de chaos om te vormen tot bewaarbare orde. ‘Praten en breien’ karakteriseerde die bijeenkomsten, waarbij het middel – de archiefgroep – ons bij wijle belangrijker voorkwam dan het doel.

IMG_3880

Van links naar rechts: Frank Smit, ikzelf, Adje, Marijke Groeneveld, Anneke.

Met Adje had ik die mooie ervaring van als je iemand uit het verleden tegenkomt en je direct de draad weer weet op te pakken, met elkaar een gesprek voortzettend alsof die hele tijd ertussen nooit bestaan heeft. Vertrouwd was mij zijn zachte intonatie, de wat lijzige spraak, niet enkel bedachtzaam, maar ook overgaand naar plotseling spontane invallen. Zo maakte ik die laatste foto van hem terwijl hij op thema gesorteerde boeken van Dik Tuijnman heel netjes met een touwtje erom bundelde. Het was aangenaam warm in die grote kamer met een mooie inval van zonlicht door de grote ramen van de beletage van Sarphatistraat 29, in het huis van Dik Tuijnman, nu van zijn dochter Karen. Was het serendipiteit, georganiseerd toeval, dat de titel van het bovenste boekje op de stapel die hij onder handen had was: “TOUWverbindingen”?

IMG_2503

Mij kwam – verleden week – bij horen van zijn onverwacht overlijden het Duitse zinnetje in gedachte..

Der Faden is gerissen

Tjebbe van Tijen 13 december 2018


Read Full Post »

Evelien-Gans_1951-2018
EVELIEN GANS overleden op donderdag 19 juli, “een depressie” schrijft het NRC zonder verdere uitleg, de rest is aan ons om te gissen… (*)
Ken haar uit de midden zeventiger jaren, ze was een kraakster actief in de Amsterdamse Oosterparkbuurt en radicale acties waren haar niet vreemd. Herinner me – al te vaag – debatten in krakerskringen met haar over de mate van ‘compromisloos handelen’…
Dat alles kwam tot bedaren met de jaren, wel bleef dat krakers breekijzer in overdrachtelijke zin in haar wetenschappelijk werk terugkomen, nu als publiciste en onderzoekster. Herinner mij hoe zij in het debat rondom de moord op Theo van Gogh en het het antisemitisme element daarin een stellingname had die mij beviel (**)…
Nog maar kortgeleden kocht ik het eerste deel van haar dubbel biografie van Jaap en Ischa Meijer… Moet bekennen dat ik het forse boek nog niet geheel uitgelezen heb, maar wat ik las heb ik zorgvuldig gelezen en mij beviel de fijnheid van de documentatie die ten grondslag ligt aan haar historisch betoog… nee niet een boek om ‘in een ruk uit te lezen’, in tegendeel proevend lezen en voortdurend doorbladerend naar het notenapparaat. Jaap Meijer is mij al heel lang dierbaar en haar onderzoek geeft meer dan een ‘enkelvoudige waarheid’ over wat hem overkwam en hoe hij handelde… zo hoort geschiedenis te zijn.
Nu moeten we het doen met wat zij aan geschriften heeft nagelaten. Haar gedrukte meningen kunnen we nalezen, maar er komen geen verrassingen meer bij, geproduceerd met haar werktuigen: breekijzer en pen.
~
(*) Het NIOD publiceerde een in memoriam van Frank van Vree, waar te lezen staat dat Eveline zelf een einde aan haar leven gemaakt heeft: “Het bericht, dat zij haar leven heeft beëindigd, komt dan ook hard aan. Ze was nog zo veel van plan, we hadden haar nog zo nodig, ook al was ze sinds anderhalf jaar officieel pensionada.”
https://www.niod.nl/nl/nieuws/een-geengageerde-wetenschapper-in-memoriam-evelien-gans

(**) Een citaat uit het hoofdtsuk ‘Theo van Gogh als fenomeen’ in het haar boek ‘Gojse nijd & joods narcisme – Over de verhouding tussen joden en niet-joden in Nederland’ (1994):
“Theo van Gogh en de redactie van Propria Cures antisemieten? Dat is uiterst aanvechtbaar: hun agressie richt zich immers niet tegen joden in het algemeen, noch roepen zij op tot een al dan niet georganiseerde jodenhaat. Maar onmiskenbaar is dat zij op het randje balanceren – daarvan getuigen ook de steeds wisselende uitspraken van de rechterlijke macht. Als trendy schenders van het taboe flirten ze met het antisemitisme – met name in hun gebruikmaking van stereotypen – en het doelbewust kwetsen lijkt tot levenshouding versteend.
Het blijft intrigerend waarom Theo van Gogh zo populair is en zijn ster nog steeds rijzende, terwijl in zijn schrifturen iedere week dezelfde vijanden en vrienden figureren, dezelfde metaforen en scheldwoorden worden gebruikt, op dezelfde hitsige toon gezongen: Van Gogh is als een statisch personage in zijn eigen film. Het is echter duidelijk – het werd al eerder gesteld – dat hij in een behoefte voorziet. En zoals het een rebel without a cause betaamt, wordt hij geïmiteerd: in zowel Propria Cures en Nait Soez’n als in het obscure Groningse blaadje Reactie (waarin de hoofdredacteur Bart Croughs joodse schrijvers er ondermeer van betichtte naarstig op zoek te gaan naar ‘hun eigen holocaust’) is de invloed van Van Gogh herkenbaar.”
De hele tekst is publieklijk beschikbaar op dbnl
https://www.dbnl.org/tekst/gans007gojs01_01/gans007gojs01_01_0005.php
~
NB haar portretfoto die ik uitknipte is gemaakt door Ernst Coppejans voor een speciaal nummer van Vrij Nederland (digitaal) [ https://www.vn.nl/evelien-gans-in-memoriam/ ]; de boekenkast is een foto van de website van het NIOD waarbij haar naam voorkomt.

Read Full Post »

CECIL TAYLOR 1929 – 2018

Cecil-Taylor_1929-2018_tt44

1960 was het en mijn oren waren al een beetje gewassen door het grijs draaien van bebop platen: snelle riedels, dwarse akkoorden, huppelende tempi wisselingen; Charlie Parker, Art Tatum, Thelonius Monk… daarna kwam Ornette Coleman die “The shape of Jazz to come” verkondigde met het snerpende geluid van zijn plastic saxofoon. Het was in dezelfde tijd dat “The world of Cecil Taylor” de onze binnendrong met razendsnel kruiselings gehamerde motiefjes, nu eens hoog de lucht ingeslingerd, dan weer met voetpedaal de grond in gestampt… Cecil Taylor, mijn nieuwe held die ik nooit in echt heb horen spelen, maar des te meer gedraaid heb op mijn draagbare pick-up in de jaren dat ik als jonge kunststudent steeds maar van woning en woonplaats verwisselde….

Het deed me terugzoeken naar wanneer hij dan wel voor het eerst in Nederland optrad en dat was zo te zien in 1967… mijn vriend Pieter Boersma was erbij toen in een Hilversumse radiostudio Taylor een soort master-class gaf, georganiseerd door onze eigen radio-hoogpriester van de jazz Michiel de Ruyter… [niemand heeft die sessie destijds opgenomen, zo blijft er enkel beeldmateriaal in het archief van Pieter Boersma] Hij stuurde mij zojuist een aantal foto’s van de workshop in de AVRO studio in augustus 1967 waarvan ik er hier twee plaats…

Cecil Taylor ,Han Bennink Hilversum 08-1967

Cecil Taylor met Han Bennink, AVRO stuio augustus 1967 (copyright Pieter Boersma)

Cecil Taylor Avro studio Hilversum 08- 1967

Cecil Taylor, AVRO studio, augustus 1967 (copyright Pieter Boersma)

Vond drie interessante krantenstukjes (op delpher.nl staan er meet, aak enkel aankondigingen) van dat jaar en een ieder die zijn muziek herinnerd en een halve eeuw terug in de tijd wil gaan, mag ik deze aardige documentatie niet onthouden (ik laat de door de computer gelezen (OCR) krantenversie ongewijzigd):

Het Parool 28/06/1967:
Cecil Taylors avapt-garde GEBROKEN PIANOSNAREN IN WORKSHOP
(Van een onzer verslaggevers) AMSTERDAM, woensdag. — Jk gooi het hele programma om”, roept Boy Edgar.-„Je kunt na Cecil Taylor niemand anders meer laten spelen. Hij moet maar als laatste voor de pauze’ optreden.” In AVRO Studio 1 heeft pianist Cecil Taylor zojuist bijna een uur achter de vleugel gezeten. De resultaten zijn velerlei: er zijn twee snaren gebroken, Cees Slinger (pianist van Boy’s Big Band) is weggelopen, de rest van het publiek zit verwezen voor zich uit te staren, totaal ondersteboven van het muzikale krachtsvertoon van de 34-jarige Amerikaanse jazz avant-gardist.
Taylor zelf zet zijn donkere bril weer op. reageert met een korte hoofdknik op het aarzelende applaus en loopt onbewogen terug naar de stoel op de achterste rij. waar hij de hele avond, roerloos heeft zitten luisteren naar de prestaties van de beste Nederlandse avant-garde-combo’s (Misja Mengelberg met Willem Rreuker, Nedlv Elstak, Dick van der Capellen). De eerste dag van de workshop, bedoeld als voorbereiding op de jazz-concerten van donderdag in het Amsterdamse Concertgebouw en zaterdag in de Rotterdamse Doelen, is met een overdonderende climax besloten. Later op de avond zullen Misja Mengelberg en Cecil Taylor nog een lang gesprek voeren, maar pianiste-vocaliste Judy Roberts — een 22-jarig meisje, dat in Chicago door Boy Edgar is ontdekt — is na een half uur nog niet bekomen van d<> schokwerking, die Taylors muziek op haar heeft gehad. Met het hoofd voorover en haar handen bij de oren zit ze verbijsterd aan een tafeltje in een Hilversums muzikantencafé.
CECIL TAYLOR blijkt een welbespraakt en uiterst intelligent man; alleen op vragen over zijn eigen muziek reageert hij terughoudend. ~Heb ik al die pianisten de stuipen op het lijf gejaagd? Nou. dat spijt me dan”, verklaart hij met een malicieuze glimlach. „Wat kan ik eraan doen? Het is htin probleem”. Anders dan veel andere Amerikaanse jazz-musici, die naar Europa komen, heeft Taylor weinig illusies over de mogelijkheden in ons werelddeel. „In Europa krijg je makkelijker de beschikking over goede instrumenten en faciliteiten van radiostations:, maar verder zijn de problemen dezelfde als in Amerika”, zegt hij, „alleen zijn de tegenwerking en de discriminatie, die je in New Vork ondervindt, veel sterker, veel slimmer ook, dan hier. Maar je hebt daar dan ook de mogelijkheid om er meer tegen te doen, om er kracht en inspiratie uit te putten”.
~
Martin Schouten in het Algemeen Handelsblad 30/6/1967:
Cecil Taylor: Pianist van uitzonderlijk niveau
%OALS alle grote jazzmusici is de Amerikaanse pianist Cecil Taylor iemand die uit veel uiteenlopende invloeden een onmiskenbare eigen stijl heeft opgebouwd. Maar in Taylors spel klinkt, in tegenstelling tot dat van veel van zijn voorgangers en tijdgenoten, niet alleen de hele jazztraditie mee, maar ook een groot deel van de Europese traditie (grofweg: van Chopin tot Stockhausen). Gisteravond, in de grote zaal van /iet concertgebouw, waren het vooral Liszt en Ravel die Taylor duidelijk ravitailleerden: virtuose oktaven- en tertsenpassages, fel ratelend vingerspel, terwijl het ontbreken van een duidelijk melodisch verloop èn Taylors harmonische en ritmische stoutmoedigheid associaties op riepen met Scriabinetudes
HET jazzmatige aan Taylors spel was minder manifest, althans niet in die zin dat even duidelijk uit het werk van bepaalde jazzmusici of uit bepaalde genres was geput. Maar het improvisatorische karakter van zijn spel en vooral de enorme emotionele inzet waarmee hij musiceerde stempelden Taylor’s drie kwartier durend recital tot een onmiskenbare Jazzsolo. Een solo, het enkelvoud is geen vergissing, want het hele recital was gewijd aan de uitvoering van één werk: Carmen with rings. Een stuk dat gebaseerd is op twee motiefjes en dat bestaat uit een min of meer vastgelegde doorwerking, die in dezelfde gedaante voortdurend weer opduikt, en een serie geïmproviseerde variaties; de opbouw is zo ongeveer die van Moussorgky’s Schilderijententoonstelling. Werd die doorwerking op den duur wat monotoon, de in grote spanningsbogen verlopende variaties zaten
voortdurend vol verrassende vondsten. Zelfs het metalige getinkel van de in de eerste minuten gebroken piano-snaar (Taylor is een typisch Amerikaanse virtuoos van het type Van Cliburn) werd ogenblikkelijk op een logische manier in de improvisaties geïntegreerd. VEEL meer valt er na twee maal horen — de besloten uitvoering van hetzelfde werk, maandag in Hilversum, viel trouwens totaal ‘anders uit: Bartökachtig en met veel boogieen blues-ingrediënten — niet over te te zeggen. Het werk is zo rijk dat het eenvoudig nog niet te overzien is. Taylors unieke positie in de jazz (de grootste pianivirtuoos uit de hele geschiedenis van de muziekvorm, de belangrijkste animator van de huidige avant-garde, de meest meeslepende improvisator sinds Parker en Monk) werd overigens ondubbelzinnig bevestigd
door dit optreden, het eerste in Nederland. Voor een zeer slecht bezette zaal, merkwaardig genoeg, die na afloop van het recital een zeldzame combinatie van vermoeidheidsverschijnselen, uitbundig enthousiasme en verbijstering vertoonde. , Dat de rest van het programma wat bleek afstak naast deze gebeurtenis spreekt haast vanzelf. De pinao-solo van Taylor werd omlijst door een optreden van Boys Big Band, in vertrouwde repertoire-stukken en een nieuwe Loevendie-compositie, van de pianiste Judy Roberts — erg vrijblijvend, technisch heel zwak — een gelegenheidscombinatie met een aantal bekende Nederlandse musici en de sax-sectie uit de Big band. Bij de solisten blonk vooral altsaxofonist Piet Noordijk uit; als vanouds. De nieuwe Loevendie-compositie, Taburuh geheten, verdient meer dan alleen maar gesignaleerd te worden; hopelijk is er
binnenkort gelegenheid uitvoeriger op dit werk in te gaan. Zaterdagavond wordt dit programma in de Rotterdamse Doelen herhaald, althans het niet geïmproviseerde gedeelte. M. SCHOUTEN


Ref: gebruikte beeldelementen:
– Foto Cecil Taylor in het Amsterdamse Concertgebouw in 1987 (Pieter Boersma).
– Screenshot van video op Youtube ter gelegenheid van een een manifestatie ter ere van Cecil Taylor in het Whitney Museum in New York, 2016.
– Score (een transcriptie bij benadering, want Taylor behoeft een eigen methode van notatie om de complexiteit weer te geven) van een piano-concert door Cecil Taylor in de zeer technische, en even interessante studie ‘Cecil Taylor: Life As . . .Structure within a free improvisation’ van Kaja Draksler, Trboje, Slovenia, june 2013, p.63.
Hier te downloaden: http://www.kajadraksler.com/Taylor.pdf
– Record sleeve (oktober 1960) “The world of Cecil Taylor” (dimmed in background)… a public version of that record can be listened to via Youtube…


Tot slot nog een toegift over de receptie van Cecil Taylor in Nederland in de vroege zestiger jaren… een interview uit 1962 in het Vrije Volk met Misja Mengelberg door Ben Bunders.

AMSnote6269.07

De vernieuwingen die zich in de jazz aan ‘t voltrekken zijn, volgt hij op de voet. ‘Er is wat betreft de piano een lijn in de jazz te ontdekken-die loopt van Duke Ellington over Thelonirus Monk naar Cecil Taylor. Ellingtons muziek, die aanvankelijk keurig de harmonieleer volgde, begon de opeenvolging van het geluid aan te tasten: klanken of klankgroepen kwamen, geïsoleerd te staan, omringd door stilten.
Bij Monk, met John Coltrane (tenorsax) en Ornette Coleman (altsax), de bekendste vernieuwers van de jazz in deze tijd, is deze ontwikkeling veel duidelijker hoorbaar. Schrille met emotie geladen klanken. verscheuren als kreten de stilte.
Cecil Taylor ten slotte, hier weinig bekend, gaat nog. verder dan Monk in het afbreken van de melodie, zijn aanslag is kort en fel, klanken en klankgroepen staan asymmetrisch ten opzichte van elkaar. (mijn benadrukking tj.)
Zijn gedachten’ aarzelend formulerend, moeilijk pratend, naar. woorden zoekend, probeert hij duidelijk te maken hoe de jazz zich naar zijn mening ontwikkelt.

http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010953679:mpeg21:a0347

Read Full Post »

AMSnote6224.03

activist, afficheur, performer en poëet, pamflettist, publicist en voor ik het vergeet: verzamelaar en antikwaar, dat is… wat hij deed

Tjebbe van Tijen 16 juni 2010 (overgeplaatst naar The Limping Messenger op 17/2/2018)


Bij schrift van 23 januari 2015
—-
Dit is een prent die ik in de maand juni van 2010 maakte voor mijn toen net overleden vriend Steef Davidson. Het was de bedoeling dat deze prent als losse bijlage bij het buurtblad van de Nieuwmarktbuurt Amsterdam ‘OpNieuw’ uitgegeven zou worden. Daar is het nooit van gekomen, omdat de redactie van het blad in die tijd, met name Piet van Harn, vond dat er al te veel overlijdensberichten in het krantje stonden… ook werd een losse bijlage als een ‘slecht idee’ gezien. Heb destijds zelfs nog aangeboden om de drukkosten zelf te betalen en ook het vouwen en inleggen van dit affiche (A2 formaat) te willen regelen (ouderwets ‘verzamelen, vouwen en rapen’ van kleine blaadjes door de redactieleden zoals wij gewend waren in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw. NEEN, de met de jaren wel wat autoritair geworden informele hoofdredacteur Van Harn wilde het niet…. Herinner me nog dat ik hem door de telefoon toebeet “burokraat!.” Nu kon Piet wel tegen zo’n mentaal stootje als vol continu actievoerders in het begin van de zeventiger jaren waren wij gehard in de strijd met de mond. Zo niet het lichaam van Piet, dat gaf het slechts enkele maanden na dit incidentje op en aan mij was de droeve taak een ‘in memoriam’ Piet van Harn (1946-2010) voor dat zelfde buurtblaadje te schrijven (er staat nog een on-line verzie op mijn blog)
limpingmessenger.wordpress.com/2010/10/19/piet-van-harn-1…

Ik moet bekennen dat ik destijds het maar het laten lopen met dat affiche… heb toen wel een kleine web-site (die zie je ook aangekondigd op dit affiche; het web-adres is inmiddels veranderd zie onderaan) voor Steef Davidson gemaakt en dat hebben veel van zijn vroegere vrienden en kennissen wél gezien.

Nu kwam Steef mij weer in de herinnering toen ik hoorde van het overlijden van de striptekenaar Peter Pontiac, die ik zelf niet goed gekend heb, maar wiens werk ik via Steef ontdekte… waarbij vooral Pontiac’s zijn verbeelding van heroïnegebruik mij destijds (1977) sterk aansprak.

Maakte aldus een herinneringspagina met bijschrift voor Peter Pontiac, met een verwijzing naar de In Memoriam pagina van Steef en moest toen terugdenken aan dat affiche… dat ik zonet terug vond op één van mijn vele harde schijven hier… en, aangezien de doden geen haast hebben plaats ik deze herinneringsprent voor Steef alsnog hier op mijn Flickr-news-tableau pagina… Steef zijn vrouw, Jettie Suykerbuyk-Wagenaar is gelukkig nog steeds in goede gezondheid.. je ziet haar hier als klein meisje uit het raam hangend met haar moeder op de bovenverdieping van de CasaBlanca op de Zeedijk en als rokende tiener hipster in de Lucky Star (dancing bij het Leidseplein) en samen met Steef op de Nieuwmarkt begin 1970.

De in-memoriam pagina van Steef staat hier
imaginarymuseum.org/InMemoriam/SteefDavidson/

De in-memoriam pagina van Peter Pontiac staat hier
imaginarymuseum.org/InMemoriam/PeterPontiac/

De verwantschappen tussen beiden worden vanzelf duidelijk… zo schreef op Facebook één van Pontiac’s vrienden of vriendinnen over hem als de “Robert Crumb van de Lage Landen”… nu als je niet weet wie Crumb is dan bevind je je op de verkeerde web-pagina….

Read Full Post »

This content is password protected. To view it please enter your password below:

Read Full Post »

ARMAND: “…spaced out als ik”
uit een liedje “Ben ik te min…” ooit gelanceerd door Philips/Fontana records in Eindhoven (die zijn pleidooi voor softdrugs niet waardeerde)
ArmandSpacedOutAlsIk
Zijn final high en mijn eerbetoon voor een dwarszinger (mijn softdrugs liggen meer in het bereik van franse kaas en japanse sake, maar ieder het zijne, zolang er maar niet onder mijn raam op een hashterras gehinnikt wordt door de stoonde italianen; ik vind dat hash stinkt, een ander weer kan niet tegen de geur van een uitgelopen frans kaasje).


Dan nog even een check van mijn bronnen… de strofe die ik hier aanhaal komt van een Youtube filmpje met een re-take in 2005 van zijn eerst hit uit 1967 :ben ik te min…”, waarbij dit deel van de oorspronkelijke tekst gewijzigd is, in plaats van
“Je bent nu net zo idealistisch als ik maar, hoe wil je het in godsnaam anders gaan doen?”

zingt hij
“Je bent net zo spaced out als ik en hoe wil je dat in godsnaam anders dan?”

‘spaced out’ is een weinig vaststaand begrip:
Mettriam/Webster:
– “dazed or stupefied by or as if by a narcotic substance : high” of
– “of very strange character : weird”
The Urban Dictionary has this odd statement:
– “1) Absentmindedness in the form of a personality trait.
Note 1: People who are spaced out are usually considered to be stupid by their peers, although often these people are actually very smart.
– Note 2: Incorrect usage of this term has been applied to people on drugs. There are terms for that, so do not to confuse them with “spaced out.”
Cambridge dictonaries on-line:
– “Someone who is spaced out is not completely conscious of what is happening, often because of taking drugs or needing to sleep”

Dus we wen niet echt wat Armand bezielde in 2005, wel dat hij na zijn eerste hit bij Fontana/Philips van label veranderde om te kunnen zingen wat hij wilde en uiteindelijk zijn eigen platen ging produceren….
Hij begon als en bleef een protestzanger, heel zijn leven.. begin dit jaar nog trok hij naar het bezette Maagdenhuis, laat ik dit fraaie statement citeren van een VPRO uitzending/web pagina uit juni dit jaar:

“Het werd godverdomme weer eens tijd, zeg”, zegt hij. “Sinds de bezetting van ’69 hebben we genoegen genomen met repressieve tolerantie. Het is een vruchtbare strategie gebleken van de bestuurders: net doen of je meebeweegt, maar stukje bij beetje de kraan steeds verder dicht draaien. Het heeft ons gemaakt tot wat we nu zijn: een stelletje bange zeikerds. Juist daarom was het zo fantastisch om te zien dat de studenten eindelijk durfden. En toch zag je ook dat ze hartstikke bang waren. Ze durfden niet eens te roken binnen. Tegen mij zeiden ze het ook: je moet buiten blowen. Ik heb gezegd: no blow, no show.”

2015: Anders dan in 1967 wordt hij niet meer door Philips gelanceerd, maar door zichzelf in een final ‘space-out’.

Wie zijn jongste foto’s van zijn te vroege oude dag bekijkt ontkomt niet aan het zilvergrijs laten uitgroeien vanaf zijn kruin van de henna waarmee hij decennia lang zijn lange haren verfde… deze groeiende vergrijzing was als een voorbereiding op een ander bestaan, in ‘outer space’.

Read Full Post »

Illustration of the “Erlkönig” by Ernst Barlach (1870-1938); artist signed photograph of Fischer-Dieskau dating from the early fifties; radio is a Philips BX360A produced in period 1946-1947 as we had in our living room, also called “zingende plank” (singing board (slice of timber) as the front was made of recycled wood covered with woven textile. Click picture for full view…

Dietrich Fischer-Dieskau (1925-2012) (*) died today… and in my head I hear his Schubert version of Goethe’s ‘Erlkönig’ (Elf-king) as I heard it often as a boy on the radio:

 “Mein Vater, mein Vater, und hörest du nicht,

Was Erlenkönig mir leise verspricht?” –

“Sei ruhig, bleibe ruhig, mein Kind;

In dürren Blättern säuselt der Wind.”

(“My father, my father, and don’t you hear

What the Elfking quietly promises me?”

“Be calm, stay calm, my child;

The wind is rustling through withered leaves.”)

In the end the father racing with his horse through the darks woods, notices that his son – who was ill and hallucinating seeing beings his father did not see -has died in his arms…

 Dem Vater grauset’s, er reitet geschwind,

Er hält in Armen das ächzende Kind,

Erreicht den Hof mit Müh’ und Not;

In seinen Armen das Kind war tot.

(It horrifies the father; he swiftly rides on,

He holds the moaning child in his arms,

Reaches the farm with trouble and hardship;

In his arms, the child was dead.)

The word “tot” that ends the song, hardly been pronounced by the mouth of Fischer-Dieskau, is dramatically cut off by his lips in a split of a second.

I am listening now to the song again, but not on the radio but on the music streaming service of ‘spotify’ (**) and so  we will keep hearing Fischer-Dieskau’s voice through the never “withering leaves” of our digital age.

—–
(*) And.. yes I know Dietrich Fischer-Dieskau had to join the Hitler Jugend when he was 10 years old, like all German boys of that time, and yes he did perform during the war in Berlin, his first public concert, which is common knowledge, but better to say in these days, far removed from World War II, in which some people may be more touchy than their parents about an unescapable past. The Guardian has a very nice 2005 interview by Martin Kettle on-line with Fischer-Dieskau from which I quote the war passage here:

Fischer-Dieskau was, is, and will always be a Berliner. He has lived through some of the great city’s best times and most of its worst. This most refined and intelligent of artists began his career in circumstances from hell. In early 1943, aged 17, his first public performance of the greatest of all song-cycles, Schubert’s Winterreise, given in the town hall of the Berlin suburb of Zehlendorf, was interrupted by the RAF.

 “We had a terrible bombing of the city that day,” Fischer-Dieskau recalls, “and the whole audience of 200 people and myself had to go into the cellar for two-and-a-half hours. Then when the raid was over we came back up and resumed.” I ask him whether he can remember where in the cycle he began again. “It was Rückblick [Backward Glance],” he grins. “So we looked back to the part already completed.”

 As a conscript soldier he was captured by the Americans in Italy in 1945 and spent nearly two years as a prisoner-of-war. “I believe it forces you to straighten out your thinking at an earlier age than you would otherwise do,” he says. “You have to survive. You have to stay focused, otherwise you will not live. That was my first thought.”

 It was this German experience of suffering and war that partly led Benjamin Britten to invite Fischer-Dieskau to sing in the historic premiere of his War Requiem in Coventry Cathedral in 1962. Britten’s letter – “with great temerity I am asking you whether you would sing the baritone” – tells us something both about the composer and about the grandeur that Fischer-Dieskau had attained in the musical world by then. But Fischer-Dieskau’s memories of the event are mainly about Britten’s nerves.

(**) this is a paying service for subscribers at a small fee, a different version can be heard and seen on youtube all with the last word ‘tot’  and a last chord by the piano (this version, especially the ending, differs from the recording I listened to on ‘spotify’; each performance by Fischer-Diskau must have differed and his mastery must have laid in his ability of recreating a composition in so many ways).

Read Full Post »

Older Posts »