Feeds:
Posts
Comments

Archive for September, 2019

Wim-Crouwel_in-memoriam_2019
“Ik ben een modernist” riep Crouwel mij nog toe in een debat tijdens één van die design crowd conferenties Doors of Perception (1), het was 1996 en de plaats de stadsschouwburg in Amsterdam … dat was de tweede keer dat ik met hem in debat geraakte.. de eerste keer was vele jaren eerder in 1968 (2) in wat toen nog het Museum Fodor was aan de Keizersgracht waar gedebatteerd werd over kunst, technologie en samenleving… samen met Nic Tummers riep ik daar op tot een boycott van de Osaka Wereldtentoonstelling als zijnde een schijnvertoning van globale éénheid… in een verdeelde wereld. (3) Crouwel was het daar niet mee eens en nam deel aan de vormgeving van de tentoonstelling in Osaka in 1969.

Crouwel had een rotsvast vertrouwen in de zegende rol van de ‘artistieke voorhoede’ en de vrijheden die zijn strak gespannen ontwerpkaders de mensheid zouden weten te brengen. Zo was zijn kaarsrecht verlopende levenslijn er een van ordening en controle met het grid als onzichtbaar hekwerk waarbinnen de vorm, inpasbaar, gestalte kon krijgen. Bij Crouwel geen labyrinth waarbinnen je kunt verdwalen. Zijn mazenstelsel behoeft geen draad van Ariadne om het doel te bereiken of de uitweg te vinden. Zijn ‘modernisme’ munt uit door planmatigheid en minimalisering, waar ‘vorm’ ondergeschikt gemaakt wordt aan ‘functie’.

Het antwoord op de vraag wie en wat de inhoud van die ‘nagestreefde functionaliteit’ bepaalde en waarom bleef bij Crouwel echter vaak achterwege. Een zaak van de opdrachtgevers immers, zoals bij vrijwel alle vormgeving, zeker als het om overheidsopdrachten gaat. In deze zin was de artistieke voorhoede waartoe Crouwel zich rekende, geen ‘sociale voorhoede’. Crouwel, anders dan veel van zijn collega ontwerpers, koketteerde ook nauwelijks met sociale acties in de tweede helft van de 20e eeuw.

Toch is er meer dan dictatuur van grid en stramien in Crouwel zijn werk. Zijn terughoudendheid in vormgeving laat ruimte over voor anderen met een andere vormentaal, weet die vaak te versterken. De vrije, zich in alle mogelijke bochten wringende lijn, die zich niets wenst aan te trekken van passers, driehoeken en millimeterpapier, gedijt beter in een ruimte vormgegeven door Wim Crouwel dan door Frank Gehry. Waar de ruimtelijk vormgever zich opwerpt als vrij kunstenaar verdwijnt de ruimte om kunstwerken van anderen – dan de architect – te tonen. Dat geldt ook voor zijn gedimde functionele typografie, beeldmateriaal dat van een geheel ander orde is krijgt zo ruimte en aandacht op een pagina.

De beleden ‘moderniteit’ van Crouwel in zijn tijd droeg het stempel van de planeconomie, de overheid als emancipator, de vormgever als verheffer, de burger als een op te voeden wezen. Er is een ondertoon van ‘een nieuwe orde’ die met de vorm der dingen ook de vorm van de samenleving, het menselijk gedrag hoopt te kunnen sturen. Er is sprake van de overdraagbaarheid van “goede vorm” (denk aan de naoorlogse Stichting ‘Goed Wonen’ in Amsterdam en de soms utopische vises die vanuit het Rotterdamse Bouwcentrum geëntameerd werden). Het is een tijd waarin in de Beurs van Berlage een enorm Centrum voor Industriële Vormgeving gevestigd wordt. Dat is de moderniteit waaraan Crouwel refereert. Dat is ook ‘een moderniteit’ die na dertig jaar uitbundige ‘post-moderne’ vormgeving zo verouderd lijkt te zijn dat het minimale en de ingetogenheid weer aantrekkingskracht krijgt.

Nu de levenslijn van Wim Crouwel gebroken is en een ieder zich denkt als vormgever van het eigen digitale bestaan, kunnen we de georganiseerde chaos van de zoekmachines van het internet spiegelen aan zoiets simpels en gedisciplineerds als het telefoonboek ontworpen door het bureau waar Crouwel groot geworden is ‘Total Design’. (4) Hoe is het mogelijk zullen nieuwe generaties zich afvragen dat je in een pak bijeengebonden bladzijden van papier met enkele strakke kolommen tekst zoveel gegevens in zulk een vast stramien zo goed opzoekbaar kunt maken. Kan het zijn dat wij zolangzamerhand snakken naar die eenvoudige strakheid, die orde, die informatie cartografie gedacht vanuit millimeterpapier.

Tjebbe van Tijen 20/9/2019


(1) Doors of Perception, kortweg ‘Doors’ was een reeks ‘internationale design conferenties’ georganiseerd door John Thackara in het laatste decennium van de 20e en het eerste van de 21e eeuw. Iedere conferentie had een eigen thema. Dat van het jaar 1996 was ‘Speed’. Ik gaf er een lezing over het antieke thema van ‘de hinkende bode’ aan de hand van emblemata/zinnenprenten… uit vroeger eeuwen ter relativering van de moderniteitsdrang waar alles steeds maar sneller moet. Tot voor enkele jaren stond het archief van die conferentie keurig on-line, maar ik merk nu dat alle links naar het Doors Archief gebroken zijn… dus hier enkel een link naar een pagina die toch iets verteld van die conferenties…. (ik zal proberen John Thackara erop te wijzen dat hij zijn ‘doors’ weer open moet zetten…
http://imaginarymuseum.org/SOS/index.html (scroll nummer 6a)
(2) 1968-1970 Fodor Conferenties on art, technology, science and society: Amsterdam
Zie o.m. in het Archief Hans Derks stukken over deze conferenties periode 1968-1970
AMSnote7020.10
(3) Het Manifest over de geplande wereldtentoonstelling in Oska van NicTummers en Tjebbe van Tijen (formaat A2)
TijenTummersOsaka.01
(4) “Critical spirit of a telephone book” by Robin Kinross, Published in Eye – The International Review of Graphic Design, No. 16, vol. 4, Spring 1995… niemand weet beter over functionaliteit en typografie te schrijven dan Robert Kinross .. ik vond dit artikel pas nadat ik mijn in memoriam voor Crouwel geschreven had. Het moge duidelijk zijn dat de versie van 1983 lees-technisch, met het oog langs een kolom racend vele malen beter is dan de versie van 1977. Jolijn van de Wouw ken ik nog van de Kunstacademie in Den Bosch 1961-62… ik dacht dat toen Wim Strijbosch de lessen in grafisch ontwerp overgenomen had van Wim Crouwel. Jolijn is al weer heel wat jaren dood, heel vroeg gestorven. De directeur van de Academie in den Bosch was toen Jan van Haaren (1923-1990) een man met begrip voor experiment. Zijn broer Hein van Haaren was weer directeur van de Dienst Esthetische Vormgeving PTT, die de postzegel en telefoonboek opdrachten aan Crouwel gaf. Zo wordt ook duidelijk hoe alles toch ‘modern, maar in een klein kringetje bedisseld werd.
AMSnote7020.09
The Dutch must have been the first to use professional designers for the page layout of phone books. These were Wim Crouwel and Jolijn van de Wouw, working within Total Design, who for the first fully automated books (of 1977) radically rethought the typographic conventions. PTT phone book by Total Design, 1977 (left) PTT phone book revised by Total Design, 1983 (right). Numbers were placed before names: the two vital components were then next to each other, and no dot leaders were needed to join them. The typeface was a condensed Univers: a real designed letter in place of the vernacular grotesques that had been the norm. And – most astonishing of all – no capital letters were used. Crouwel argued that the very limited character-set of the CRT typesetting machine left a choice of either capitals or punctuation to distinguish surnames from initials, and he preferred the latter. So the Modernist dream of single alphabet typography could at last be authentically realised. There were complaints about the small size of type, and whines from people who “didn’t want to be known as numbers”. A few years later, some aspects were softened in a redesign by Crouwel and Total Design: type-size was increased, three rather than four columns per page were used, a set of more open numerals was designed (by Gerard Unger and Chris Vermaas), and phone numbers were put at the end of lines. But, strangely, the all-lowercase typography was maintained.
 

Read Full Post »

AMSnote7009.02

BEAU RTL TALKSHOW – redesign
ik heb geen flauw idee waarom mij de tv persoonlijkheid BEAU lief is… hij is als een drijfdrol die als je doorspoelt weer boven komt drijven… is het omdat ik gefascineerd ben door de vraag of zijn lieve begripvolle grijns “echt” is, met andere woorden of hij de geaardheid die hij uitstraalt ook werkelijk bezit? … zijn laatste product   – BEAU (late night) talkshow – oogt als een zwanenzang waarbij bij de tvvolkmassa al zappend BEAU ten onder doet gaan… ik denk ook dat de afdeling decorontwerp van RTL-televisie een grommend diepe hekel aan tvpersoonlijkheid BEAU moet hebben en iedere kans op aanvaardbare kijkcijfers de grond in heeft willen boren… die rode gloed… het bijzettafeltje voor de talkshow presentator… die koekjestrommel-achtergrond-projectie van een stukje Amsterdamse binnenstad… klapvee op klapstoelen… een band die al lang van het scherm geband had moeten worden…

Al dagenlang heb ik de idee dat ik ‘iets’ moet doen om BEAU en zijn talkshow te redden. Mij zweeft een studiobeeld voor ogen als een zweefmolen… een studio die helder stralend wit/zwart is… de gasten die binnengegleden worden en daardoor ietsje uit balans op de vloer van de opnamestudio belanden alwaar zij door de vriendelijk lachende BEAU galant overeind geholpen worden… het publiek in de mallemolen die spinnend in het midden van de opnameruimte staat en naarmate het applaus harder en langer is sneller en hoger gaat… de aparte entreact ‘op de wip met BEAU’ waarbij de zwaartekracht van vraag en antwoord dynamisch gestalte krijgt… het tourniquet waarop de afgewerkte gasten geplaatst worden en indien nodig nog even in beeld gedraaid kunnen worden… en de toevoeging aan het mengpaneel van beelden van de bewakingscamera bij de nooduitgang waarop duidelijk te zien is wie ZAP de studio verlaat…

Moge dit alles bijdragen om de BEAU TELEVISIESHOW tot een blijvend kijkerskanon te maken… ik wil die lieve televisieman niet missen… het is toch niet voor niets dat hij zojuist de Majoor Bosshardtprijs van het Leger des Heils (*) gekregen heeft, ook zij werd omringd door die stralende optimistische gloed van het goede in de mens, gecombineerd met “rinkel, rats, rats” de collectebus, want goedheid zonder centjes da’s maar niks.


(*) De Majoor Bosshardt Prijs is een prijs uitgereikt door de Stichting Nederland Positief in samenwerking met het Leger des Heils. De prijs is in 2006 opgezet met als doel het leven en werk van Alida Bosshardt, beter bekend als Majoor Bosshardt, te herdenken. Het Leger des Heils stelt daarbij: “Zo wordt zij een blijvend voorbeeld van onbaatzuchtigheid, liefde voor mensen en betrokkenheid bij de samenleving.”[2]

Read Full Post »

Pia-Dijkstra_Euthenasie-plan

PIA DIJKSTRA vervolgt haar LEVENSEINDE-MISSIE ook in Het Parool van vandaag… en al lezend kwamen deze twee toegevoegde mythische beelden in een modern jasje voor mijn geestesoog…
– Tegenover de ‘levenseindebegeleider’, de Engel des Doods van Pia Dijkstra, breng ik Cerberus de Hond van Hades, de Hellehond in stelling.

Een witte Engel des Doods versus een meerkoppig grommend en bijtend wezen. Cerberus, de Hellehond bewaakt immers de poorten van de onderwereld en in mijn visie niet enkel opdat zij die door de poort van Hades zijn gegaan het rijk van de dood nimmer meer kunnen verlaten, maar ook om hen die te vroeg aankloppen de toegang te ontzeggen. Laat ik eerst Pia Dijkstra (D66) citeren over haar Engel des Doods:

Het Parool: “U wilt in uw voorstel gebruik maken van een levenseindebegeleider. Wat is dat?”

Pia: “Ik wil geen arts hiermee belasten, want die zal vooral met een medische blik kijken naar een verzoek. Denk dus vooral aan andere professionals die ingeschreven staan in het zorgregister en een extra opleiding hebben gevolgd om hiervoor in aanmerking te komen. Zoals een verpleegkundige. Deze persoon wordt een spin in het web voor iemand met een stervenswens. Diegene zal over een langere periode een aantal gesprekken voeren, zo mogelijk ook met de naasten van de persoon. Maar ook alternatieven aandragen voor de dood en mensen eventueel doorverwijzen naar hulpverleners.”

Het wordt dus een beroep ‘levenseindebegeleider’, waarvoor je op een Hogeschool of bij het Middelbaar Beroepsonderwijs een diploma kunt halen, daar hoeven artsen dan niet langer “mee belast” te worden.

Zijn het niet artsen die het aan hen toevertrouwde leven vlak voor de Zeis wegkapen, die ongeacht het oorverdovend klepperen van de vleugels van de Engel des Doods, hun leven-reddend werk voortzetten? De klassieke ‘Eed van Hippocrates’ is al sinds lang aangepast aan veranderde opvattingen over wat bescherming van leven tegen de dood inhoud, maar het is goed op de oude formulering te wijzen:

“En ook niet zal ik iemand, daarom gevraagd, een dodelijk medicijn geven en ik zal ook geen advies geven van deze aard. En evenmin zal ik ook aan een vrouw een verderfelijke tampon geven.”

Abortus (tampon) die in de klassieke tekst van Hippocrates verworpen wordt, wordt nu als toelaatbaar gezien als er ‘medische’ of zelfs ‘sociale argumenten’ voor zijn, waarbij de wens van de vrouw die er voor kiest te aborteren richting-gevend geacht wordt.
Echter de eerste zin van dit deel van de klassieke dokterseed is min of meer in stand gebleven. Toedienen van een dodelijk medicijn “daarom gevraagd” is iets waar een dokter/arts zich verre van houdt. Ik zie dan voor mijzelf die Cerberus hond in een dubbelrol, ditmaal als ‘waakhond van ‘het leven’.

Eén van de koppen van mijn waakhond Cerberus is al een muilkorf omgedaan waarop bij wet geschreven staat dat zij die “Ondragelijk Lijden” een dodelijk medicijn tegen dat lijden toegediend mag worden. Nu komt Pia Dijkstra met een tweede muilkorf voor de eed van Hippocratus, zij die hun leven voltooid achten kunnen bij hun zelfdodingswens geholpen worden.

Het mag tekenend geacht worden dat in het voorstel van D66 – bij monde van Pia Dijkstra – de artsen buiten spel gezet worden… omdat de medewerkzaamheid van deze kaste en hun beroepscode en eer een mogelijke barrière zou kunnen vormen bij het uitvoeren van de wet. Heel uitzonderlijk – in dit voorbeeld – wordt er niet gezocht naar  beter gekwalificeerd personeel, maar wordt deze doding uit het domein van de ‘medische zorg’ gehaald en in het domein van de ‘sociale hulpverlening’ geplaatst.

De internationale gemoderniseerde vertaling van de aloude eed van Hippocratus in de Declaratie van Genève uit 1948 van de World Medical Association in de laatste herziening gedateerd op 2006 zegt het in het slotdeel van de eed aldus:

“I will not permit considerations of age, disease or disability, creed, ethnic origin, gender, nationality, political affiliation, race, sexual orientation, social standing or any other factor to intervene between my duty and my patient;
I will maintain the utmost respect for human life;
I will not use my medical knowledge to violate human rights and civil liberties, even under threat;
I make these promises solemnly, freely and upon my honour.”

“I will maintain the utmost respect for human life” Hoe lees je zo’n declaratie? Gaat het om ‘mensonwaardig lijden’ dat in naam van “respect voor menselijk leven” beëindigd dient te worden?
Mij dunkt dat is niet een vraag die beantwoord kan worden door wat Pie Dijkstra beschrijft als:

“andere professionals die ingeschreven staan in het zorgregister en een extra opleiding hebben gevolgd om hiervoor in aanmerking te komen. Zoals een verpleegkundige.”

Mijn hond van Cerberus begint woest te blaffen als hij dat leest, tegen al die mensen die voor hun beurt “onder begeleiding van verplegers” het rijk van Hades wensen binnen te gaan omdat zij er zelf geen einde aan willen of weten te maken. Let wel op mijn leeftijd is het bijna ‘normaal’ dat er in je familie-, vrienden- en kennissenkring heel wat gevallen van zelfmoord zijn voorgekomen. Dat is iets dat je meestal met afschuw vervult, maar soms komt het voor dat je denkt het te kunnen begrijpen. Geassisteerde zelfmoord met behulp van iemand met een staatsdiploma, is een vorm van legalisatie die meer gevaren in zich bergt dan dat er door opgelost worden. Zelfmoord is immers niet strafbaar bij wet in Nederand, hulp bij zelfdoding wel.

Ik wil nog een passage uit het interview in Het Parool met Pia Dijkstra aanhalen om de ondoordachtheid van heel haar – zonder twijfel goed bedoelde – levenseinde traject te laten zien:

Het Parool: Het vorige kabinet gebruikte voor de doelgroep de omschrijving ‘mensen op leeftijd’. U vond eerder dat ouderen minstens 75 jaar moeten zijn om recht te krijgen op euthanasie als ze levensmoe zijn. Wat wordt het nou?

Pia Dijkstra: “Wat is ‘op leeftijd’? Zodra de AOW ingaat? In een burgerinitiatief werd eerder 70 jaar voorgesteld. En ik heb zelf in een allereerste versie ooit de leeftijd van 80 genoemd. Dus het is behoorlijk arbitrair, zo’n grens. Ik moet de komende maanden nog bij juristen checken of een omschrijving van de groep in plaats van een concrete leeftijdsgrens geen problemen oplevert. Maar het moet geen wet voor hulp bij zelfdoding worden voor iedere volwassene.”

Wetten die het maatschappelijk leven regelen bevatten bepalingen die voor een ieder geldend dienen te zijn, waarbij er de mogelijkheid bestaat om binnen een bepaalde wet uitzonderingen op gestelde regels te stipuleren. Regels dienen eenduidig te zijn en niet voor meer dan één uitleg vatbaar. Biedt een wetsvoorstel te weinig algemeen toepasbare regels, zijn er teveel uitzonderingen, of zijn de gegeven eenheden van plaats, tijd, omvang of waarde onvoldoende duidelijk, dan is het gebruikelijk dat zo’n wetsvoorstel niet in behandeling genomen wordt. Dit nog afgezien van toetsing van deze wet aan de principes vastgelegd in de grondwet en international verdragen waaraan een land, Nederland in dit geval, zich gebonden heeft.

Hoe kan het dat er een algemeen geldende beslissing genomen kan worden vanaf welke leeftijd iemand in aanmerking kan komen om middels een ‘levenseindebegeleider’ uit het aardse te stappen? Kijk enkel eens naar het recente onzinnelijke debat en de gruwelpraktijk van de pensioengerechtigde leeftijd, daar waar er velen zijn die door de aard van hun werk en de beperkingen van een menselijk lichaam al met hun zestigste met pensioen willen en anderen die zich benadeeld voelen omdat zij gedwongen worden hun baan op te geven. Krijgt dan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de opdracht om voortaan jaarlijks een Levenseinde-Coëfficiënt te berekenen?

Buiten al het nu al bestaande aan wetten en regels is er geen enkel behoefte aan nog meer wettelijke regeling door de staat van leven en dood. Er is al de praktijk van onthouden van medicatie of voedsel, een bewust geregeld proces van ‘versterving’. Er zijn euthenasie-regelingen voor gevallen van ernstig lichamelijk lijden. Het is ‘staatse regelzucht’ van D66 om met een aparte wet voor levensbeëindiging te komen, zoals in mijn visie ook de door het D66 initiatief nu tot wet geworden regeling die ‘orgaan-donatie’ heeft omgezet in ‘orgaan-dwangbeschikking’.

De Engel des Doods en de hond Cerberus zijn werkzaam in het grensgebied van leven en dood dat zo privaat mogelijk gehouden dient te worden en waar enkel persoonlijke rede en intiem overleg het verloop van het gebeuren dient te bepalen.

Read Full Post »